Smeken, vleien en dreigen

Voor veel mensen aan wie ik vertel wat ik doe als professional organizer spreekt het tot de verbeelding als het gaat over mensen met verzameldwang, ook wel hoarding genoemd. Ze hebben de tv-programma’s gezien en vinden het onbegrijpelijk hoe iemand het zo ver heeft laten komen. Dat grote opruim- en schoonmaakacties voor het oog van de camera het onderliggende probleem van het verzamelgedrag niet oplossen, is voor iedereen echter duidelijk.

Een muur van onwil

Er zijn ook mensen die persoonlijk iemand kennen met deze problemen: een familielid, een buurvrouw, een vriend. Zij vertellen dan hoe machteloos zij zich vaak voelen of dat zij zelfs afgewezen worden door degene die problematisch verzamelt. Ze leven in angst dat hun familielid of vriend zal omkomen in een brand of onder omgevallen stapels spullen zal worden bedolven. Er is schaamte over de huizen met ongedierte, zonder verwarming of bruikbaar toilet. Verbittering en boosheid kunnen de boventoon gaan voeren als hun hulp voortdurend wordt afgewezen. In wat ooit liefdevolle en zorgzame relaties waren is dan alleen nog maar plaats voor discussies en ruzie, met uiteindelijk verwijdering als gevolg.

Digging Out

Hieronder zal ik een aantal tips beschrijven uit Digging Out – helping your loved one manage clutter, hoarding and compulsive acquiring (Michael A. Tompkins en Tamara L. Hartl). Het Engelstalige boek is geschreven voor mensen die iemand met een hoardingprobleem in hun – nabije – omgeving hebben en die op zoek zijn naar een manier om zinvolle hulp te bieden. Denk daarbij aan het voorkomen of opheffen van onveilige leefsituaties, het comfortabeler maken van de woonruimte en het herstellen van vastgelopen relaties.
Eerst een praktijkvoorbeeld uit het boek:

Gloria en Kate zijn ten einde raad. Hun 78-jarige moeder woont te midden van enorme stapels papier, kamers vol boeken en allerlei afval en puin. Ze heeft schurft en ademhalingsproblemen door het leven tussen vuilnis en stof. Een paar weken geleden is ze over het puin gestruikeld en heeft haar pols gebroken. Ze laat haar dochters niet toe om te komen opruimen en schoonmaken. Deze hebben van alles geprobeerd: smeken, vleien en uiteindelijk zelfs dreigen. Ze hebben hun moeder een mooi appartement voor ouderen aangeboden en haar zelfs uitgenodigd om bij een van hen te komen wonen. Ze wijst echter alle hulp steevast af. Na jaren van ruzie waarin de dochters af en toe stiekem afval door de achterdeur weghaalden, heeft ze hen verboden nog langer in haar huis te komen.

Waarom wordt hulp geweigerd?

Problematisch verzamelaars ontkennen vaak de ernst van de situatie. Ze zien het niet als een probleem dus waarom zou er iets moeten veranderen? Dat wil overigens niet zeggen dat zij geen stress ervaren in hun overvolle huis. Wat echter nog méér stress geeft is de gedachte aan mensen die hun ervan willen weerhouden om nog te verzamelen of die hun huis dreigen leeg te halen. Het idee om bepaalde spullen kwijt te raken is bijna onverdraaglijk. Het verzamelen geeft immers een gevoel van eigenwaarde. Je wilt bijvoorbeeld bekend staan als iemand die over alle mogelijke informatie beschikt en daarom bewaar je elke papiersnipper met informatie erop. Ook kan er in de loop der jaren veel wantrouwen en wrok zijn ontstaan. Familieleden hebben misschien zonder toestemming zakken vol spul uit huis gehaald, met het (onterechte) idee dat het toch niet gemerkt zal worden. Het wordt opgevat als stelen.
Ten slotte is er de angst om ontdekt te worden door instanties die de macht hebben om in te grijpen. De verhuurder wordt daarom het liefst buiten de deur gehouden en noodzakelijke reparaties uitgesteld, met steeds minder wooncomfort tot gevolg.

Schade beperken

Tompkins en Hartl pleiten voor een andere houding, de harm reduction attitude. Dit betekent dat je als betrokken familielid een aantal uitgangspunten hanteert.
Zorg er allereerst voor dat je de situatie niet erger maakt en door je acties alleen maar voor meer afstand zorgt. Bedenk ook dat het niet nodig is om álle verzamelgedrag te stoppen. Zodra het gevaar geweken is kan het voor het moment al voldoende zijn. Betrek de verzamelaar nauw bij eventuele acties. Je kunt iemand niet helpen zonder diens medewerking. Vraag toestemming voordat je advies geeft of spullen aanraakt. Realiseer je dat verandering langzaam gaat en dat motivatie kan fluctueren in de loop van de tijd. Ook kunnen er misschien andere, urgentere problemen zijn die eerst aandacht nodig hebben.
Naast deze uitgangspunten is het ook van belang dat je eventuele pijn uit het verleden los probeert te laten. In het boek worden zes pagina’s besteed aan leren om te vergeven. Denk na over wat je familielid op dit moment gelukkig zou kunnen maken. Laat je leiden door hoe je zou willen dat jullie relatie er uitziet en niet door hoe het huis er uit zou moeten zien.

In het boek wordt verder uitgebreid aandacht besteed aan het inventariseren van de gevaren in huis, het samenstellen van een team en het maken van een plan. Ook de te verwachten hobbels op de weg komen aan de orde.

Michael A. Tompkins is psycholoog en mede-oprichter van het San Francisco Bay Area Centrum voor Cognitieve Therapie en van de Academie voor Cognitieve Therapie. Ook is hij universitair docent aan de Universiteit van Californië in Berkeley in de VS.

Tamara L. Hartl heeft een eigen klinische praktijk in Saratoga in Californië (VS) en werkt als psycholoog binnen de Palo Alto Gezondheidszorg. Zij heeft meegewerkt aan diverse publicaties op het gebied van hoardinggedrag.

Meld je hier aan voor de nieuwe lessen van de Bewaarschool.

Hieronder de link naar een indringende film van Martin Hampton over hoarding.

Possessed 

Elementaire zaken

Twintig jaar geleden had ik al bijzondere interesse in het organiseren van het huishouden. Dat realiseerde ik me laatst toen ik een aantekenboekje vond bij het opruimen. Bijna weggegooid, toch even erin gekeken. Het waren mijn notities, gemaakt tijdens een workshop over het huishouden. Wat ik niet had genoteerd was de naam van de spreekster, iemand met een interessante kijk op het huishouden. Jammer. Ik noem haar hierna de huishoudcoach.

Al lezend in mijn notities kwam de bewuste avond beetje bij beetje terug in mijn herinnering. Het was erg druk. Er moesten voortdurend stoelen worden bijgehaald totdat iedereen zat en de lezing eindelijk kon beginnen. Een zaal vol vrouwen met behoefte aan huishoudelijk houvast.

Met het huishouden in gesprek

We werden aangesproken als beheerders, leiders in gesprek met onze levensgebieden zoals werk, familie, relatie, huishouden, sport of gezondheid. Ik zette ze als grote stralen om een zon (IK). De huishoudcoach adviseerde ons om de gebieden iedere maand na te lopen om te kijken hoe levend ze nog waren. Was nog ergens speciale aandacht nodig? Moesten afspraken worden herzien of gewoontes worden veranderd? Was er misschien een levensgebied afgevallen of bijgekomen? Het huishouden had eveneens een centrum (HH), met eromheen de aandachtsgebieden zoals schoonmaken, voor het eten zorgen of rekeningen betalen. Ook hier was regelmatig aandacht nodig, zoals een jongleur met zijn verzameling bordjes op lange stokken. Af en toe een zetje houdt ze aan de gang.

huishoudzon

Respect en dankbaarheid

De huishoudcoach koppelde het huishouden aan de elementen aarde, water, lucht en vuur. Aarde vertegenwoordigde de middelen, basale zaken zoals tijd, geld, ruimte en spullen. Het woord dat hierbij hoorde was respect. Waarom respect? Ik denk nu aan de opruimfilosofie van de Japanse Marie Kondo. Zowel huis als spullen verdienen in deze filosofie een respectvolle behandeling. Als dingen worden weggedaan is er een bedankje voor hun bewezen diensten. Laten we spullen die we bewaren een zorgvuldige opbergplek bieden. Uit respect.
Een van de opdrachten in de workshop was om, met ons eigen huis in gedachten, te bedenken welke spullen een vaste plek misten. Wat voor hinderlijks zweefde er in mijn huis? Ik zag lege flessen, boeken, oude kleren en kinderknutsels op de gekste plekken. Met enige tevredenheid constateer ik vandaag dat ik deze zwevers of zwervers aardig op aarde heb gekregen. Met mijn boeken en kranten zal ik wellicht nog eens een gesprekje moeten aanknopen.

Ritmes en processen als water

Het element water stond voor de huishoudelijke processen, ritmes en stromen. Hoe vaak voerde je bepaalde taken uit? Elke dag, week of maand? Hoe verliep de in- en uitstroom van kleren, papier of voedsel? Welke route nam papier door het huis, vanaf binnenkomende post of verpakking tot uiteindelijk de papiercontainer? Stokte het ergens? Waar bevonden zich stuwdammen in de verschillende stromen? Stapelde het wasgoed zich steeds op een bepaalde plek op? Een eigen ritme vinden in het uitvoeren van taken was voor alle aanwezigen een uitdaging. Dat de huishoudcoach het woord vlijt bij dit element vond passen kan ik begrijpen.

Het woord heeft echter ook een ouderwetse en moralistische bijklank. Een acht voor vlijt op het schoolrapport. De filosoof Nietzsche vond vlijt iets burgerlijks dat de verheffing van het individu in de weg stond. Tijd nemen voor lange overpeinzingen kon volgens hem niet zonder gewetenswroeging samengaan met vlijt. Toch betrap ik mezelf tijdens het ophangen van de was of het schoonmaken van de badkamer wel eens op spontane overpeinzingen over wat me bezighoudt. Ik weet niet of deze overpeinzingen in Nietzsches ogen lang genoeg zijn. Wel kan ik met zekerheid zeggen dat een schone badkamer een verheffende uitwerking op mijn gemoed heeft.
waterkraan

Hoe vaak komt je moeder?

Het element lucht werd door de huishoudcoach geassocieerd met het woord tevredenheid en je thuisvoelen. Het had betrekking op de cultuur in het huishouden. Was er een eetcultuur, een feestcultuur? Was de sfeer luchtig of zwaarmoedig? Hoe vaak kwam je moeder op bezoek? Werden onderlinge verschillen getolereerd? Wanneer was je de afgelopen tijd tevreden of merkte je dat huisgenoten het waren? Antwoorden op deze vragen zeiden iets over de cultuur binnen het huishouden.

Mijn moeder komt niet meer op bezoek. Heeft dat een huishoudculturele reden? Ze woont ver weg en is inmiddels op leeftijd en niet meer zo mobiel. Ze blijft het liefste veilig thuis, dus zoek ik haar af en toe op. Ze was vooral een praktische moeder. Het huishouden was een dagtaak en de week werd geregeerd door strakke poetsschema’s. Ik wist daardoor altijd welke dag van de week het was. Er heerste een cultuur van overzichtelijkheid en structuur, en van aanpakken. Ze was bijna altijd thuis als ik uit school kwam.

Het hoofdkwartier aan tafel

Ten slotte was er nog het element vuur. Het had te maken met identiteit en motivatie, met geestdrift en hartstocht. Wat wilde ik bereiken in het huishouden? Hoe bepaalde ik de koers en op welke manier nam ik besluiten? Had ik voldoende grip op de middelen? Had ik de processen in de hand? Met mijn vuur kon ik in mijn huishouden de temperatuur van de middelen, de ritmes en de cultuur beïnvloeden. Vuur, de gesprekspartner van mijn huishouden.
Bij het element vuur hoorde ook een woord: religie. Twintig jaar na dato zou ik het zingeving willen noemen. Het dringt door in alles wat je doet.

De laatste woorden van mijn aantekeningen vormden de vraag “Waar bevindt zich het ‘hoofdkwartier’ van je huishouding?” Geen antwoord genoteerd. Wist ik het op dat moment niet of was voor die avond mijn concentratie op?
Als ik die vraag nu moet beantwoorden dan zeg ik dat mijn hoofdkwartier de eettafel is.
Lekker groot, van mooi licht hout en bovendien gemaakt door mijn geliefde. Ik kijk zo de tuin in en zie van hieruit direct of het begint te regenen en ik de was binnen moet halen.

Marian Habets, juni 2016.

Meld je aan voor de nieuwe lessen van de Bewaarschool.

%d bloggers liken dit: