Hoe sterk is de eenzame …?

Nu het groeiseizoen ruimschoots voorbij is, zie je ze niet meer. Ze zijn uit hun holletjes gehaald om warm en droog de winter door te komen. In het voorjaar mogen ze weer terug naar de plek waar ze zich kunnen opladen om klaar te zijn voor hun voorname taak. Zachtjes brommend werken ze stug door, helemaal in hun eentje, ogenschijnlijk door niemand aangestuurd of zelfs maar bedankt. Bepalen ze eigenlijk zelf wanneer het tijd is om aan het werk te gaan? Of krijgen ze een seintje van hun baas? Zoeken ze zelf hun holletje op na afloop? Weten ze wanneer de klus klaar is?

Ik heb er altijd een beetje mee te doen, met zo’n eenzame grasmaairobot die kriskras over een grasveld hobbelt. Er hoort toch iemand bij die hem aanstuurt of in ieder geval gezelschap houdt?
Ondanks de elektronische begrenzing van zijn werkterrein kan hij immers toch soms van het gazon ontsnappen en onthand in de bloemenborder stil komen te staan. Zijn oplaadplek kan hij dan zeker niet meer op eigen kracht bereiken.

Body double

Mensen die snel afgeleid zijn – in de bloemenborder terechtkomen – en die toch gefocust moeten blijven op bijvoorbeeld huishoudelijke of administratieve taken, kunnen erbij gebaat zijn als er iemand in de buurt is die hen gezelschap houdt terwijl zij aan de taak werken. Zo’n maatje wordt ook wel een body double genoemd. Deze kan gewoon rustig in de buurt zijn en iets voor zichzelf doen. Of een handje meehelpen. Het kan een huisgenoot zijn, een vriend of soms een professional.
De Nederlandse vertaling van body double is dubbelganger. Die term zegt echter niets over de bovengenoemde functie als maatje.

De term body double komt uit de filmwereld. In een film speelt een body double een scène in plaats van de eigenlijke acteur, als die bijvoorbeeld geen naaktscène wil spelen of geen gevaarlijke stunt wil of kan uitvoeren.

Anker of spiegel

De aanwezigheid van iemand anders helpt je met focussen, als een fysiek anker dat je op je plaats houdt als je van je taak dreigt weg te dobberen. De body double kan je zo nodig erop attenderen als je afdwaalt of verveeld raakt.
Je voelt je uiteraard ook verantwoordelijk jegens de body double: ‘ik mag de tijd die hij mij schenkt niet verspillen door niets te doen’.
Ook geeft het rust dat je je op dat moment alleen bezig hoeft te houden met die ene taak en niet met de honderd andere die mogelijk nog op je liggen te wachten. Alleen al iemand in de buurt hebben kan verveling voorkomen, je maatje kan je energie geven.

Ook kan de body double een spiegel of rolmodel voor je zijn. Door rustig iets in jouw buurt te doen straalt hij de boodschap uit dat het voor jou ook mogelijk is om geconcentreerd door te blijven werken. Naar men aanneemt spelen spiegelneuronen (bepaalde zenuwcellen) in ons zenuwstelsel een rol bij het begrijpen en interpreteren van de handelingen van anderen. Ook empathie en het leren van nieuwe vaardigheden door imitatie zou met de spiegelneuronen samenhangen.

Een leerling van de Bewaarschool vertelde mij over het Spic-en-Spanclubje dat ze samen met twee vriendinnen heeft. Elke week gaan ze samen een ochtend bij een van hen aan de slag met een klus. Dat varieert van poetsen, een muur schilderen, tot de zolder uitmesten of onkruid wieden. En het werkt: ze krijgen samen veel gedaan en het is nog leuk ook. Want uiteraard wordt er ook koffie gedronken en bijgepraat.
Ook een andere leerling stuurde een tip: als ze veel te doen heeft, mailt ze haar t0-do-lijst naar een vriendin. Dat helpt om aan de slag te gaan en om gefocust te blijven  – de vriendin is dan haar virtuele body double.

Hoe zet je een body double effectief in?

Stel jezelf eerst een aantal vragen.

Waar heb ik precies moeite mee? Is dat het beginnen, het volhouden of het afmaken van de taak? Kan ik een familielid of vriend daarvoor vragen of schakel ik een betaalde kracht in? Kan ik zelf de leiding over het uitvoeren van de taken houden en delegeer ik dan bepaalde dingen aan de body double? Of geef ik de leiding uit handen? Moet de body double mij meehelpen, aansturen of alleen in de buurt zijn terwijl ik bezig ben? Wat zou ik specifiek willen vragen aan de body double? Wat zou ik willen dat hij wel of juist niet tegen me zegt als ik afdwaal?

Je kunt bijvoorbeeld iemand vragen om je te helpen om een stappenplan te maken en in te schatten hoeveel tijd de taak kost. Zodra je aan de gang bent kan de body double iets voor zichzelf gaan doen. Als je vastloopt zou je hem weer kunnen vragen om hulp. Je body double kan ook een (saai of moeilijk) deel van je taak overnemen. Bijvoorbeeld jij zoekt bonnetjes uit en de body double maakt er scans van en zet ze in mappen op de computer.

Het is natuurlijk belangrijk dat je iemand kiest die geduldig is, niet oordeelt en die ook stil kan zijn. In ieder geval iemand waarbij je je op je gemak voelt zodat het samenwerken een prettige ervaring wordt.

Ter afsluiting vind je hier een link naar een column van Ben Tiggelaar over de kunst van het hulp vragen.

Marian Habets, december 2018

 

Smeken, vleien en dreigen

Voor veel mensen aan wie ik vertel wat ik doe als professional organizer spreekt het tot de verbeelding als het gaat over mensen met verzameldwang, ook wel hoarding genoemd. Ze hebben de tv-programma’s gezien en vinden het onbegrijpelijk hoe iemand het zo ver heeft laten komen. Dat grote opruim- en schoonmaakacties voor het oog van de camera het onderliggende probleem van het verzamelgedrag niet oplossen, is voor iedereen echter duidelijk.

Een muur van onwil

Er zijn ook mensen die persoonlijk iemand kennen met deze problemen: een familielid, een buurvrouw, een vriend. Zij vertellen dan hoe machteloos zij zich vaak voelen of dat zij zelfs afgewezen worden door degene die problematisch verzamelt. Ze leven in angst dat hun familielid of vriend zal omkomen in een brand of onder omgevallen stapels spullen zal worden bedolven. Er is schaamte over de huizen met ongedierte, zonder verwarming of bruikbaar toilet. Verbittering en boosheid kunnen de boventoon gaan voeren als hun hulp voortdurend wordt afgewezen. In wat ooit liefdevolle en zorgzame relaties waren is dan alleen nog maar plaats voor discussies en ruzie, met uiteindelijk verwijdering als gevolg.

Digging Out

Hieronder zal ik een aantal tips beschrijven uit Digging Out – helping your loved one manage clutter, hoarding and compulsive acquiring (Michael A. Tompkins en Tamara L. Hartl). Het Engelstalige boek is geschreven voor mensen die iemand met een hoardingprobleem in hun – nabije – omgeving hebben en die op zoek zijn naar een manier om zinvolle hulp te bieden. Denk daarbij aan het voorkomen of opheffen van onveilige leefsituaties, het comfortabeler maken van de woonruimte en het herstellen van vastgelopen relaties.
Eerst een praktijkvoorbeeld uit het boek:

Gloria en Kate zijn ten einde raad. Hun 78-jarige moeder woont te midden van enorme stapels papier, kamers vol boeken en allerlei afval en puin. Ze heeft schurft en ademhalingsproblemen door het leven tussen vuilnis en stof. Een paar weken geleden is ze over het puin gestruikeld en heeft haar pols gebroken. Ze laat haar dochters niet toe om te komen opruimen en schoonmaken. Deze hebben van alles geprobeerd: smeken, vleien en uiteindelijk zelfs dreigen. Ze hebben hun moeder een mooi appartement voor ouderen aangeboden en haar zelfs uitgenodigd om bij een van hen te komen wonen. Ze wijst echter alle hulp steevast af. Na jaren van ruzie waarin de dochters af en toe stiekem afval door de achterdeur weghaalden, heeft ze hen verboden nog langer in haar huis te komen.

Waarom wordt hulp geweigerd?

Problematisch verzamelaars ontkennen vaak de ernst van de situatie. Ze zien het niet als een probleem dus waarom zou er iets moeten veranderen? Dat wil overigens niet zeggen dat zij geen stress ervaren in hun overvolle huis. Wat echter nog méér stress geeft is de gedachte aan mensen die hun ervan willen weerhouden om nog te verzamelen of die hun huis dreigen leeg te halen. Het idee om bepaalde spullen kwijt te raken is bijna onverdraaglijk. Het verzamelen geeft immers een gevoel van eigenwaarde. Je wilt bijvoorbeeld bekend staan als iemand die over alle mogelijke informatie beschikt en daarom bewaar je elke papiersnipper met informatie erop. Ook kan er in de loop der jaren veel wantrouwen en wrok zijn ontstaan. Familieleden hebben misschien zonder toestemming zakken vol spul uit huis gehaald, met het (onterechte) idee dat het toch niet gemerkt zal worden. Het wordt opgevat als stelen.
Ten slotte is er de angst om ontdekt te worden door instanties die de macht hebben om in te grijpen. De verhuurder wordt daarom het liefst buiten de deur gehouden en noodzakelijke reparaties uitgesteld, met steeds minder wooncomfort tot gevolg.

Schade beperken

Tompkins en Hartl pleiten voor een andere houding, de harm reduction attitude. Dit betekent dat je als betrokken familielid een aantal uitgangspunten hanteert.
Zorg er allereerst voor dat je de situatie niet erger maakt en door je acties alleen maar voor meer afstand zorgt. Bedenk ook dat het niet nodig is om álle verzamelgedrag te stoppen. Zodra het gevaar geweken is kan het voor het moment al voldoende zijn. Betrek de verzamelaar nauw bij eventuele acties. Je kunt iemand niet helpen zonder diens medewerking. Vraag toestemming voordat je advies geeft of spullen aanraakt. Realiseer je dat verandering langzaam gaat en dat motivatie kan fluctueren in de loop van de tijd. Ook kunnen er misschien andere, urgentere problemen zijn die eerst aandacht nodig hebben.
Naast deze uitgangspunten is het ook van belang dat je eventuele pijn uit het verleden los probeert te laten. In het boek worden zes pagina’s besteed aan leren om te vergeven. Denk na over wat je familielid op dit moment gelukkig zou kunnen maken. Laat je leiden door hoe je zou willen dat jullie relatie er uitziet en niet door hoe het huis er uit zou moeten zien.

In het boek wordt verder uitgebreid aandacht besteed aan het inventariseren van de gevaren in huis, het samenstellen van een team en het maken van een plan. Ook de te verwachten hobbels op de weg komen aan de orde.

Michael A. Tompkins is psycholoog en mede-oprichter van het San Francisco Bay Area Centrum voor Cognitieve Therapie en van de Academie voor Cognitieve Therapie. Ook is hij universitair docent aan de Universiteit van Californië in Berkeley in de VS.

Tamara L. Hartl heeft een eigen klinische praktijk in Saratoga in Californië (VS) en werkt als psycholoog binnen de Palo Alto Gezondheidszorg. Zij heeft meegewerkt aan diverse publicaties op het gebied van hoardinggedrag.

Meld je hier aan voor de nieuwe lessen van de Bewaarschool.

Hieronder de link naar een indringende film van Martin Hampton over hoarding.

Possessed 

%d bloggers liken dit: