Lessen van de Bewaarschool

Gejaagd, liefst door de wind

In een tijdsbestek van een half uur kwam ik een tijdje geleden drie dingen tegen die mijn gedachten brachten op een en hetzelfde onderwerp: gejaagdheid.
Oftewel holderdebolder, ijlings en vierklauwens.
Waar was ik en wat zag ik? Op de veerpont over de Nederrijn bij Huissen, vervolgens fietsend langs een wei met grazende koeien. Ten slotte zag ik een poster op een lantaarnpaal in Loo.

 

Boekomslag, niet de poster die ik zag.

Oversteken en koeien

Elke keer als ik met mijn fiets op de veerpont sta, is dat een onthaastende ervaring, een beetje een vakantiegevoel. Als ik tenminste genoeg tijd heb ingepland om op mijn bestemming te komen. De ene keer kan ik meteen de pont op fietsen, soms moet er gewacht worden op een passerend schip, andere keren vaart-ie net weg als ik aankom. Om op tijd op mijn afspraak te komen moet ik natuurlijk rekening houden met het scenario dat het meeste tijd kost.

Dan de wei met koeien. Door naar die koeien te kijken – wel even de tijd daarvoor nemen – word ik rustig. Ze zijn volledig bezig met maar één ding tegelijk: eten of in de verte staren. O ja, en met verteren van gras via al die magen.

Afbeelding van koeienmagen (Wikipedia)

[Interessant weetje tussendoor: de boekmaag (b) heeft aan de binnenzijde bladen zoals in een boek. Tussen de bladen van de boekmaag worden de spijsbrokken uitgeperst. Die vloeistof gaat als eerste naar de lebmaag (de eigenlijke echte maag), waarna langzaam de spijsbrok volgt. De maagsappen werken in de lebmaag op het voedsel in voor de verdere vertering.]

Staat van gejaagdheid

In het boek ‘ADD-Friendly ways to organize your life’ van Judith Kolberg en Kathleen G. Nadeau, gaat hoofdstuk 16 over ‘The state of rushness’ oftewel ‘De toestand van gejaagdheid’.
Zij omschrijven deze toestand als je voortdurend gehaast voelen, je vaak ongeduldig en gefrustreerd voelen, vaak te laat komen en veel dingen ‘nog eventjes’ tussendoor willen doen.

Mensen met ADHD hebben vaak een lage frustratiedrempel, regelmatig samengaand met langdurige stress en angst om dingen verkeerd te doen. Als daar nog vergeetachtigheid en beperkte planningsvaardigheden bijkomen neemt de kans op een emotionele uitbarsting toe. De druppel dus, die de emmer doet overlopen.
Als je voortdurend in staat van gejaagdheid leeft, wordt het emotieregulatiecentrum in je hersenen constant overprikkeld. Zelfs kleine frustraties worden dan ondraaglijk.
Om minder gejaagd te zijn kun je werken aan stress- en frustratievermindering.
Wat kun je doen?

One-more-thing-itis’

Je bewust worden van ‘one-more-thing-itis’: de plotselinge impuls om nog even één ding te doen voordat je de deur uitgaat. Het gevaar daarvan is namelijk dat je de tijd vergeet en te laat vertrekt.
Wat kan helpen: een vertrekchecklist gebruiken, net zoals een piloot voor de vlucht een lijst doorloopt met dingen die hij in de cockpit moet controleren. Hang of leg de overzichtelijke lijst op een strategische plek op weg naar de deur. Je kunt de checklist ook al de avond van tevoren erbij pakken en (voor een deel) afwerken.
Wat kan er zoal op die lijst staan?

  • werktas pakken;
  • kalender en takenlijst bekijken
  • sleutels, mobiele telefoon, agenda, portemonnee en bril in de tas doen;
  • spullen die je die dag bij je moet hebben bij elkaar zoeken (boodschappenlijstje, biebboeken die terug moeten, etc.);
  • lampen, tv, etc. in huis uitdoen en deur op slot doen;
  • hardop tegen jezelf zeggen: ‘ben ik iets vergeten?’ (hardop tegen jezelf praten helpt om je te focussen).
    Schiet je iets te binnen wat niet met je vertrek te maken heeft? Schrijf het dan op om het op een later tijdstip te kunnen doen.

Plan bewust in om een kwartier eerder op je bestemming aan te komen.
Hoe pak je dat aan?
Door een kwartier extra uit te trekken voor de voorbereidingen voor je vertrek (om de vertrekchecklist af te werken). Vervolgens vertrek je een kwartier eerder van huis dan normaal.
In totaal betekent dit een verschuiving van een half uur. Met een directe beloning: je vertrekt met minder stress, je reist rustig naar je bestemming en als je er bent kun je even tot rust komen voordat je aan de slag gaat.

Strategisch taken inplannen

Door bepaalde taken steeds maar uit te stellen kan het zijn dat je constant tegen een deadline aan zit. Het gevolg daarvan is gejaagdheid. Als je last hebt van gejaagdheid door uitstelgedrag in combinatie met een deadline,  dan kun je gaan onderzoeken hoe dat bij jou werkt.
Stel je bepaalde taken uit tot de momenten waarop je eigenlijk te vermoeid bent, zoals aan het einde van de (werk)dag? Kijk dan wanneer je je het meest fit voelt en ruim op die momenten voldoende tijd in voor de taak.
Als je met een (te) grote taak te maken hebt, deel hem dan op in kleinere (schrijf de subtaken op). Dat geeft meer overzicht en het vergroot de kans dat je toch eraan begint en zo stukje bij beetje alle subtaken uitvoert. Het afronden van elke subtaak geeft je een succeservaring.
Weet je welke omstandigheden voor jou nodig zijn om aan een taak te werken?
Koffie? Muziek? Stilte en eigenlijk niemand om je heen? Of juist iemand in de buurt waardoor je aan het werk kunt blijven? Een leeg bureau? Eerst een ommetje maken voordat je aan de slag kunt? Ken jezelf en creëer de optimale omstandigheden.

Stilleven van Giorgio Morandi

Eenvoud

En dan was er ten slotte nog de poster op de lantaarnpaal in Loo, een aankondiging van een expositie. Hij leek een beetje op bovenstaande afbeelding. De eenvoud, het kleurenschema en het ritme van de potjes en flesjes deden mij weldadig aan.
Het bracht mij ertoe om meer rust te willen brengen in mijn dagen en met minder dingen tegelijk bezig te zijn.
Meegaand met de stroom, de wind jagend in mijn rug – en met een volle batterij – fietste ik vervolgens naar mijn afspraak.

Bron: ‘ADD-Friendly ways to organize your life’ van Judith Kolberg en Kathleen G. Nadeau

Terugval voorkomen

 

En dan heb je eindelijk alles op orde …
Je leefruimte is geworden zoals je je gewenst had. Alles heeft een handige plek, je kunt je spullen weer makkelijk opbergen en terugvinden. Je bent overtollige ballast kwijt. Tevreden. Blij. Opgelucht.
Dan verlegt de aandacht zich naar het bijhouden. Tijdens het opruimproces was je daarmee waarschijnlijk al aan het oefenen.

Als je van jezelf weet dat je periodes hebt waarin opruimen niet lukt en je geen aandacht en energie voor je leefomgeving kunt opbrengen, kun je een plan maken om terugvallen te voorkomen.
Het terugvalpreventieplan.

Brief aan jezelf

‘Lieve Z.
Goed van je dat je deze brief nu erbij hebt gepakt. Die heb je een tijdje geleden immers aan jezelf geschreven om je de weg te wijzen in moeilijke periodes. Je voelt je nu waarschijnlijk onthand en je weet niet meer waar je moet beginnen om je huis weer op orde te krijgen. Je baalt daar erg van.
Toen je deze brief aan jezelf schreef zat je goed in je vel en kon je overzien wat je te doen stond, je had overzicht en rust. Je kunt ook nu de draad weer oppakken, verlies de moed niet. Het is begrijpelijk dat je af en toe terugvalt. Het gaat op en neer, dat geeft niets, geen paniek. Je kunt de grip weer terugkrijgen, je hebt eerder geleerd en ervaren hoe dat gaat.’

Een terugvalpreventieplan (TPP)  is een plan voor als het (even) minder goed gaat, bijvoorbeeld wat betreft het op orde houden van je huis, als steun om ervoor te zorgen dat het niet teveel uit de hand loopt.
Een TPP kun je in briefvorm aan jezelf schrijven, voor als je onbedoeld toch weer in je valkuil terechtgekomen bent of dreigt te komen. De brief herinnert je aan wat jou in de afgelopen periode heeft geholpen om overzicht en rust in je huis en hoofd te krijgen. Het is een hoopgevende brief die een aantal belangrijke onderdelen bevat. Hij begint met een compliment aan jezelf. Probeer zoveel mogelijk je eigen woorden te gebruiken.

‘Deze brief schrijf ik je om je te herinneren aan alles wat je geleerd hebt tijdens je opruimproces, bijvoorbeeld wat je valkuilen zijn, op welke signalen je moet letten, welke oefeningen en adviezen jou geholpen hebben en welke inzichten je hebt opgedaan. Ook noem ik de mensen met wie je contact kunt zoeken als je er niet uitkomt of als je steun nodig hebt. Ik schrijf je dit omdat je zelf hebt ervaren dat het je helpt om weer de controle te krijgen.’

Stoplicht

Er zijn verschillende fases, die gemakkelijk te omschrijven zijn aan de hand van de kleuren van een stoplicht. In fase groen gaat het goed met je, in oranje gaat het minder goed en in rood zit je in je valkuil.

‘Als je je goed voelt dan kun je ’s ochtends gemakkelijk opstaan, want dan heb je goed geslapen, zonder te liggen piekeren. Je maakt lange wandelingen met Takkie, je eet regelmatig en hebt oog voor je omgeving. Je merkt op dat er weleens dingen rondslingeren in huis maar je neemt ook de tijd om die weer op te bergen. Je hebt immers genoeg ruimte gemaakt om al je spullen een vaste plek te geven. Je maakt het gezellig en sfeervol in huis (je hebt geen gebrek aan inspiratie voor je creatieve interieurprojecten), je zorgt ervoor dat de vuile vaat zich niet opstapelt. Ook de was doen is geen probleem, er ligt alleen vuile was in de wasmand. Je hebt genoeg plek om je schone kleding op te bergen. Je onderneemt regelmatig ontspannende en leuke activiteiten, je hebt plezier in je werk. Dat helpt ook om je goed te blijven voelen. Als je ergens mee zit kun je daar zo nodig met andere mensen over praten.’

Omschrijf in de brief bij elke fase wat je aan jezelf merkt, welke eerste verschijnselen je ziet als het de verkeerde kant op dreigt te gaan. Het herkennen van de eerste signalen is belangrijk. Beschrijf wat je zelf kunt doen om weer uit een oranje (of rode) fase te komen. Als je anderen bij je plan betrekt is het belangrijk om te weten wat anderen aan je merken en wat ze voor je kunnen doen als het niet zo goed gaat. Ook voor de groene fase beschrijf je zo concreet mogelijk wat je kunt doen om te zorgen dat het goed blijft gaan.

‘Op dit moment gaat het niet zo goed met je. Dat heb je vaker als de feestdagen eraan zitten te komen of als je geldzorgen hebt. Je hebt onder andere gemerkt dat het wasgoed zich weer aan het opstapelen is. Ook blijft er al weken vuile vaat op het aanrecht en in de huiskamer staan en heb je geen zin om je leuke kleren aan te trekken. Je zit veel te piekeren, het houdt je uit je slaap, en je hebt geen zin om te koken. Je bent moe en je weet niet waar je moet beginnen om weer overzicht te krijgen. Het kost je moeite om naar je werk te gaan, er komt weinig uit je handen. Je collega’s vragen je misschien of er iets is want ze zien dat je stiller bent en dat je moeite hebt je te concentreren.
Deze signalen betekenen dat je nu goed op jezelf moet letten.’

Op een rijtje zetten

‘Het is op dit moment belangrijk dat je toch in actie komt, ook al heb je er weinig zin in. Zorg in ieder geval ervoor dat je drie keer per dag eet, het hoeft niet veel te zijn, maar probeer wel gezond te eten. Ook weet je van jezelf dat het je goed doet om naar buiten te gaan. En Takkie wil graag zijn energie (en zijn behoefte ;-)) kwijt.
Om afleiding van het piekeren te hebben helpt het je meestal om iets creatiefs te doen, in je hobbytijdschriften te bladeren of om een spelletje op je telefoon te doen. Je hebt gemerkt dat het je helpt om bij 
negatieve gedachtes een of meer positieve te bedenken. 
Wat opruimen betreft: kies iedere dag een afgebakend plekje dat je gaat opruimen (een deel van de tafel of van het aanrecht bijvoorbeeld) op de manier zoals je dat geleerd hebt.
 Gebruik daarbij in ieder geval de timer, je vond dat altijd heel prettig tijdens het opruimproces. En nu zet je die niet op een uur, maar bijvoorbeeld op een kwartier. Denk je nog aan het 10-minutenrondje? En je weet vast nog wel dat je een grotere klus kunt opsplitsen in kleinere. Je zult merken dat je op deze manier beetje bij beetje weer grip krijgt. 
Met B. heb je de afspraak gemaakt dat je haar belt als het allemaal niet lukt. Ze komt dan bij je langs voor een kop koffie en om je te ondersteunen. Zij weet wat je in deze brief hebt geschreven en hoe ze je het beste kan helpen.
Haar mobiele nummer is 06 12 34 56 78.’

 Ten slotte

Eindig de brief aan jezelf met een hoopgevende slotzin, want je wilt jezelf een hart onder de riem steken. Is er een schrijver, kunstenaar of iemand anders die je inspireert? Zoek naar een passende quote of een afbeelding van een kunstwerk en voeg die toe aan je brief.

‘Lieve Z., ik hoop dat ik je met deze brief weer op gang heb kunnen helpen in deze lastige periode. Het is je eerder gelukt om uit je valkuil te komen en de goede draad op te pakken, dus nu gaat het ook zeker goed komen.
Liefs, Z.

P.S.
“I wish, as everybody else, to be perfectly happy. But like everybody else, it must be in my own way.” (Jane Austen) 

Angelica Kaufmann – Die Dichtung umarmt die Malerei

Bronnen:

Website: meestersindepsychologie.nl
Kunst als therapieAlain de Botton en John Armstrong

Aan de slag: intuïtie of verstand?

 

Zegt GTD je misschien iets? Of Tijdsurfen?
Het ene heeft niets met een televisiesoap te maken, en het andere betekent niet eindeloos rondzwerven op internet of in de branding.
Het gaat allebei om productiviteit. Zorgen dat je op een efficiënte manier gedaan krijgt wat je belangrijk vindt.
Ze hebben echter verschillende uitgangspunten: GTD spreekt vooral de ratio aan en Tijdsurfen gaat meer uit van je intuïtie. Wat spreekt jou het meeste aan?
Hieronder verken ik beide methodes en dat kan je helpen een keuze te maken.

GTD staat voor Getting Things Done, een methode die door de Amerikaan David Allen is ontwikkeld, hij is een van de invloedrijkste denkers over productiviteit. Achterop zijn boek staat: ‘GTD is de ultieme methode om productiever te zijn. Het stelt je in staat om snel informatie te filteren en wat relevant is onder te brengen in een extern 100% betrouwbaar systeem. Dit zorgt ervoor dat alle op dit moment niet-relevante informatie uit je zicht verdwijnt en op het juiste moment weer op je radar komt. Hierdoor heb je overzicht om met de juiste dingen bezig te zijn en de rust om hier echt je volledige aandacht aan te geven’.

Tijdsurfen is ontwikkeld door de Nederlander Paul Loomans, hij begeleidt mensen individueel en in groepen om rust te hervinden. Hij gebruikt daarbij een methode die gebaseerd is op zen-inzichten. Op de achterkant staat: ‘de methode Tijdsurfen bestaat uit zeven aanwijzingen die natuurlijk aanvoelen. Ze maken het mogelijk te surfen over de golven van de Tijd. Je leert hoe je op je gevoel kunt vertrouwen bij de keuze van wat je gaat doen. Je doet daardoor de dingen niet alleen geïnspireerd, maar ook heel effectief. Je gaat een ongedwongen aandacht ervaren bij alles wat je doet. Maar bovenal ontstaat er een innerlijke rust die je telkens opnieuw laat voelen: ik heb de tijd’.

Getting Things Done

David Allen beschrijft in zijn boek een procedure van vijf stappen. Allereerst het verzamelen en opschrijven van alle dingen die je nog moet doen of waarover je nog na moet denken. Vervolgens het beslissen wat elk item betekent en wat ermee gedaan moet worden (wel/geen directe actie nodig, delegeren, er een project van maken?). Ten derde moeten de uitkomsten georganiseerd worden (hoe voer je een grotere of kleinere actie uit? welke stappen zijn ervoor nodig?) en ten vierde het reflecteren over de daaruit voortvloeiende opties waarbij wekelijks alle lopende projecten en taken bekeken moet worden. Ten slotte het bepalen wat we doen en op welk moment dat het beste kan gebeuren.

 Tijdsurfen

Paul Loomans gebruikt zeven aanwijzingen in zijn methodiek. De eerste is: doe één ding tegelijk en maak het af voordat je overstapt op iets anders. Vervolgens: sta stil bij wat je doet en aanvaard de handeling (schep van tevoren een relatie met alles wat je wilt gaan doen door in gedachten jezelf te zien terwijl je de taak uitvoert). Schep witjes (mini-pauzes) tussen je activiteiten, dat wil zeggen: ga niet door totdat je niet meer kunt maar las natuurlijke korte pauzes in. De vierde: geef volle aandacht aan ‘aankloppers’: neem ongeplande dingen die tussendoor komen serieus. Maak jezelf bewust van zaken die je voor je uitschuift (knagende ratten) en onderzoek ze. Daarmee transformeer je ze in witte schapen (die volgzaam achter je aanlopen en je niet meer uit je slaap houden). Observeer malende gedachtes die je veel energie kosten (achtergrondprogramma’s) en breng die tot rust. Ten slotte: kies intuïtief wat je gaat doen, leer erop vertrouwen.

Wat zijn de overeenkomsten van GTD en Tijdsurfen?

Zowel Loomans als Allen streven naar zo weinig mogelijk stress bij het uitvoeren van taken, rust is het uitgangspunt. Ook willen beide een hoge mate van effectiviteit bereiken en concluderen ze dat multitasken onwenselijk en eigenlijk onmogelijk is. Het gebruik van een agenda wordt door beiden aanbevolen om afspraken in te noteren. Belangrijk is ook om er regelmatig in te kijken.

Wat zijn de verschillen?

Tijdsurfen gaat uit van intuïtie en gevoel, je intuïtie is de bestuurder, vertrouwen de brandstof.  Er is geen speciale discipline nodig. Doordat je je intuïtief verbindt met de taak  – en hem vervolgens loslaat – komt die op het juiste moment weer in je op en ga je hem uitvoeren. GTD daarentegen werkt op wilskracht en ratio, de bestuurder is je verstand en controle is de brandstof. Het vergt discipline om wekelijks de lijsten met taken en projecten te bekijken en te kiezen welke je gaat doen. Bij Tijdsurfen gaat het erom dat je plezier en voldoening hebt in je taak, terwijl GTD meer gefixeerd is op het resultaat.
Bij GTD gebruik je to-do-lijstjes als leidraad en heb je ze steeds bij de hand, terwijl je ze bij Tijdsurfen eigenlijk niet nodig hebt, hoogstens als controle achteraf om te checken of je niks vergeten bent. Het eventuele lijstje moet vooral uit het zicht bewaard worden om te voorkomen dat je gestrest raakt als je steeds voor je ziet wat je allemaal nog moet doen.
Ten slotte wordt bij Tijdsurfen het nemen van een mini-pauze (een witje) aangemoedigd. Een witje heeft drie positieve effecten. De eerste is dat je de taak die je net gedaan hebt onbewust evalueert. De tweede is dat je tot rust kunt komen tijdens een witje. De derde is dat je vanzelf mogelijke acties te binnen schieten voor na het witje. Een witje mag geen geestelijke inspanning kosten.

Illustratie uit ‘Ik heb de tijd’, door Niels de Hoog

 

Wil je je meer verdiepen in beide methodieken, kijk dan eens op de onderstaande websites:
gettingthingsdone.com
tijdsurfen.nl

En natuurlijk kun je ook de boeken lezen:

Ik heb de tijd – Een handleiding in Tijdsurfen. Paul Loomans, zenmonnik
Getting Things Done – De kunst van stressvrije productiviteit. David Allen

Marian Habets, november 2017

 

In alle aandacht

Klaar voor de start!

Je hebt je net geïnstalleerd om aan het schrijven van een tekst te beginnen als je het bekende pingetje op je telefoon hoort. Even kijken wie van je vrienden iets post op Facebook. Leuk, dat ze zo’n mooie dahlia’s in haar tuin heeft. Die wil jij eigenlijk ook hebben volgend jaar. Gauw op internet kijken waar je ze kunt kopen. Je liket haar bericht en keert terug naar je tekst in wording. Nu moet je nog op zoek naar dat boek waar je iets uit moest halen. Ligt het op je slaapkamer of in die stapel boeken naast de bank? Eerst maar bij de bank kijken. Oei, wat een stofnesten. Daar moet je straks toch echt stofzuigen. Je wilt het eigenlijk liever meteen doen, anders blijft het je afleiden.  Verder met schrijven, terwijl er inmiddels drie kwartier verstreken zijn, en je nu wel echt trek krijgt in koffie.

De kop is eraf!

In de vorige les van de Bewaarschool kregen we dankzij de bosmuis een inkijkje in de verschillende executieve functies. Vandaag lichten we er een belangrijke uit: volgehouden aandacht, oftewel gefocust blijven. Het betreft het vermogen om de aandacht op een situatie of taak te blijven vestigen, ondanks afleiding, vermoeidheid of verveling. Bij sommige taken kost het geen moeite om erbij te blijven – bij dingen die je leuk vindt of die je voor je hobby doet. Bij taken die we lastiger vinden, of minder interessant, wordt het al anders en merken we dat onze aandacht gauw verslapt. De executieve functies taakinitiatie – beginnen aan een taak – en doelgericht gedrag hangen nauw samen met volgehouden aandacht.

Al een eindje op weg!

Losse eindjes

Als je moeite hebt met volgehouden aandacht raak je snel afgeleid door prikkels uit je omgeving of van binnen – je eigen gedachten. Ook ben je snel verveeld als het saai wordt en ga je liever iets anders – tussendoor – doen. Nadat je afgeleid bent kun je de draad niet meer gemakkelijk oppakken. Als je huishoudelijke taken moet doen ga je zigzaggen en aan het einde van de dag heb je overal ‘losse eindjes’. Wat het nog moeilijker maakt om gefocust te blijven zijn stress, een lage motivatie en slaapgebrek.

Op de helft!

Weg met afleiders

Je kunt je omgeving aanpassen door zoveel mogelijk afleidende dingen weg te halen. Maak je werkplek dus zo rustig mogelijk. Ook kun je gaan werken op een plek waar geen ‘ontsnappen’ mogelijk is, zoals in een bibliotheek. Zoek voor jezelf uit wat voor jou de beste tijd van de dag is om de taak te doen. Ben je ’s ochtends meer gefocust, of misschien lukt dat ’s avonds beter? Als je veel gedachtes hebt die je afleiden, hou dan een schrijfblok bij de hand om deze interne afleiders te noteren. Sommige mensen kunnen prima werken met achtergrondgeluiden of muziek, anderen hebben juist absolute stilte nodig.
Hoe is dat bij jou?

Al over de helft!

Raad van Toezicht

Ook kun je andere mensen inschakelen om je te helpen je aandacht beter vast te houden. Je kunt bijvoorbeeld samen met iemand anders aan een langdradige taak werken, je dwaalt dan minder makkelijk af. Ook kun je een taak doen met iemand in je buurt die ‘toezicht’ houdt. Iets wat ten slotte ook helpt is iemand anders vertellen dat je aan de slag gaat; dat werkt als een stok achter de deur die je helpt om het vol te houden.

Bijna klaar!

Task force

Natuurlijk kun je ook de taak zo gemakkelijk mogelijk maken. Bijvoorbeeld door hem op te delen in kleinere stukjes. Plan het uitvoeren van de deeltaken in je agenda in of zet ze in een to-dolijst. Als het lukt om je uiteindelijke grotere doel steeds voor ogen te houden kun je de aandacht beter volhouden. Ook kun je de taak interessanter maken of er een wedstrijdelement in brengen. Bouw variëteit en keuzemogelijkheden in door zowel briefjes met taken als briefjes met leuke dingen te maken; trek blind een briefje en doe wat erop staat.
Wissel favoriete en minder favoriete taken af.

 

Oefening baart kunst

Onze hersenen zijn plastisch. Dat wil zeggen dat we onze zwakkere executieve functies kunnen trainen, waardoor er verandering optreedt in de hersenstructuur die deze functies ondersteunt. In het begin kost het inspanning en energie, maar na verloop van tijd wordt het gemakkelijker en verloopt de executieve functie automatischer.
Je kunt bijvoorbeeld oefenen met een timer om je aandachtsspanne beetje bij beetje te vergroten.

En – niet onbelangrijk – beloon jezelf als je een taak of een deel ervan hebt afgerond!

Bron:  Slim maar…
Versterk je executieve functies en vergroot je succes!

Auteurs:  Peg Dawson & Richard Guare  (2016)

Klaar!

Apodemus en ik

Apodemus de opportunist

Eerst onkruid wieden en bemesten. Dan mag er gezaaid worden, meestal in strakke rijtjes. Ieder voorjaar en iedere zomer vraagt de moestuin weer mijn tijd en aandacht. Na het zaaien volgt het wachten – soms heel lang – totdat de eerste beginnetjes van groenteplantjes zich laten zien. De metamorfose van minuscuul zaadje naar volgroeide plant blijft voor mij een wonderbaarlijk proces.
Behalve onkruid zijn er dit jaar echter ook andere ongewenste gasten in de moestuin. Niet groen, maar met pootjes, een staart en tandjes: de bosmuis. Wikipedia omschrijft hem als ‘een opportunist met een gevarieerd dieet’.
In mijn moestuin laat hij zijn dieet vooral bepalen door wat ik zaai of plant. Hij is vooral dol op bonen, het maakt niet uit welke soort. Zodra hij de kans krijgt graaft hij de net gezaaide bonen uit de grond. Binnenshuis gekweekte bonenplanten die ik daarna buiten in de volle grond zet zijn evenmin veilig. Na het muizenbezoek rest nog slechts een treurig rijtje korte stompjes. Het lijkt erop dat ik dit jaar geen zelfgekweekte peulen, tuinbonen en sperziebonen zal hebben.

Deze Apodemus sylvaticus en zijn soortgenoten moeten uiteraard eten en zich voortplanten, ze zijn een belangrijke schakel in de voedselketen. Hoe gaan ze eigenlijk te werk als ze honger hebben? Is het een puur instinctief gebeuren?
Ik besluit om een aantal executieve functies van onze Apodemus eens te bestuderen. In de mensenwereld zijn executieve functies de vaardigheden die ons moeten helpen om de taken van het dagelijkse leven uit te voeren. Bijvoorbeeld het beginnen met een taak, het volhouden van de aandacht of het omgaan met veranderingen of met stress.

Marshmallows

De executieve functie reactie-inhibitie (het vermogen om na te denken voor je iets doet) is niet zijn sterkste kant. Apodemus jaagt namelijk uitsluitend kortetermijndoelen na: ‘Honger!! Ik eet die paar miezerige boontjes op’. Als hij eerst zou nadenken (‘ik kan wel honderd bonen krijgen als ik afwacht’) zou hem dat veel méér opleveren.
Je kent misschien de marshmallowtest. In een experiment van de Stanford University eind zestiger jaren werd 4-jarige kinderen gevraagd om te wachten met het opeten van een marshmallow. Als dat lukte zouden ze er na een kwartier nóg een krijgen. De kinderen die konden wachten bleken later in hun leven succesvoller te zijn: je impulsen kunnen controleren blijkt zinvol. Nieuw onderzoek uit 2013 van de Rochester University laat echter nog iets anders zien. Het blijkt dat kinderen beter in staat waren om te wachten naarmate ze de persoon die hen iets beloofde als betrouwbaarder inschatten. De onderzoekers vonden daarmee een alternatieve verklaring voor de bevindingen in de marshmallowtest: succesvolle mensen zijn meestal opgegroeid in een omgeving die te vertrouwen is.
Apodemus zou de marshmallow in ieder geval meteen verslonden hebben. Om te overleven in een omgeving waar je nergens op kunt vertrouwen, is dat ook de meest succesvolle actie.

Apodemus begint gewoon

Planning/prioritering is het vermogen om een routeplan te maken om een doel te bereiken, om hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Apodemus doet daar niet moeilijk over: zijn routeplan bestaat uit het volgen van de bonengeur. De hoofdzaak is eten, een bijzaak is er niet.
Als je goed gedijt in stressvolle situaties heb je een sterke stresstolerantie. Je kunt dan goed omgaan met onzekerheid en verandering. Apodemus is onverschrokken, zolang er geen mens in de buurt is. Omgaan met verandering is geen probleem: ook andere lekkere planten eet hij met gemak. Mensen die zwak zijn in stresstolerantie willen meestal graag van tevoren weten wat er gaat gebeuren en doen liefst dingen waar ze al veel ervaring mee hebben.
Bij taakinitiatie gaat het erom of je zonder dralen aan een taak kunt beginnen. Geen enkel probleem, Apodemus gaat meteen aan de slag (eten) zodra de gelegenheid zich voordoet. Toegegeven: de taak is niet saai of moeilijk. En er is direct een heerlijke beloning. Wie zwak is in taakinitiatie blijft hangen in het denken en komt niet tot actie. Uitstelgedrag kennen we helaas allemaal in meer of mindere mate.
De executieve functie volgehouden aandacht is bij Apodemus niet nodig: alles is in een oogwenk op. Zou Apodemus een plan B (flexibiliteit: de vaardigheid om plannen zo nodig te herzienhebben gehad als ik geen bonen in de grond had gestopt? Waarschijnlijk was hij naar een andere moestuin gegaan of eikeltjes in het bos gaan zoeken.
Vanochtend trof ik in mijn keuken een bijzondere vorm van flexibiliteit aan: muis verorbert mieren in lokdoos.

Muizenlokdoos?

Ik versus Apodemus

En ik? Hoe kan ik mijn executieve functies inzetten om toch zelfgekweekte bonen te kunnen eten?
Ik worstel met mijn respons-inhibitie. Het liefst zou ik de hele tuin vol muizenvallen zetten. Weg met die veelvraten! Als ik verder denk zie ik dat dat zinloos en tegennatuurlijk is. Ik kan beter na gaan denken over een manier om mijn planten het volgend jaar beter te beschermen. Daarvoor heb ik doelgericht gedrag nodig: een haalbaar doel formuleren, daar structureel naartoe werken en me niet laten afleiden door tegenslagen. Door planning en prioritering kan ik in een handige volgorde stappen uitzetten om naar mijn doel toe te werken.
Omgaan met mijn teleurstelling doet een beroep op mijn emotieregulatiestresstolerantie en flexibiliteit. Kan ik mijn emoties in de hand houden (moordlust bedwingen) en constructief met de situatie omgaan? Kan ik omgaan met onzekerheid en verandering of met de eisen die de nieuwe situatie aan mij stelt? Kan ik me bijvoorbeeld neerleggen bij de conclusie dat bonen kweken aan de bosrand niet zomaar mogelijk is?
Hoe beter je executieve functies werken, hoe beter je in staat bent om de taken in je dagelijkse leven uit te voeren en om plannen te ontwikkelen om de doelen in je leven te verwezenlijken.

Meer lezen over executieve functies? In de komende lessen zal de Bewaarschool enkele executieve functies nader uitdiepen. Daarbij zullen we ook gaan kijken hoe je deze executieve functies kunt gebruiken of versterken.

Boeken:
– Slim maar…     Peg Dawson & Richard Guare  (2016)
Eat that frog    Brian Tracey (2017)

In uw winkelmandje

‘Ik snakte naar adem. Met stof in al je hoeken kun je je dat wel voorstellen. Ze bleven me ook maar volproppen met spullen. Mijn deur kon niet meer dicht, ik kraakte in mijn voegen en mijn poten stonden scheef. Privacy? Een illusie: mijn sleutel was al jaren kwijt. Met doorgezakte planken – ik ben niet meer de jongste, en dan zo’n gewicht moeten torsen valt niet mee – en met een schimmelkolonie op mijn achterwand voelde ik me ernstig verwaarloosd.
Als iemand op een van mijn planken tevergeefs iets probeerde te vinden werd er stevig bij gevloekt en getierd.
Lang geleden kreeg ik nog wel eens een schoonmaakbeurt met een sopje, en dan voelde ik me weer lekker fris. Ze maakten me dan helemaal leeg, heerlijk. Een deel van de spullen kwam daarna weer terug, de rest gooiden ze waarschijnlijk weg.
Ik voelde me gewaardeerd.
In de periodes dat ik te vol zat duwde ik soms stiekem een paar dingen naar buiten. Maar daar schoot ik niet veel mee op, een schop tegen mijn deur kon ik krijgen.

Omdat ze me leken te zijn vergeten heb ik het heft in eigen hand moeten nemen.
Ik nodigde een familie muizen uit om bij me te komen logeren. Ze mochten naar hartenlust knagen aan mijn inventaris, hun muizenkeutels waren meer dan welkom.
Toen de ravage na een paar maanden aan het licht kwam konden ze er niet meer omheen: ik moest worden uitgemest. Wat een opluchting! Dat ik daar niet eerder op was gekomen. Ik hoorde hen zeggen dat ze mij niet meer zo vol wilden laten worden en mij vaker zouden gaan schoonmaken.
Ik heb nu weer de ruimte en voel me stukken beter. De muizen zijn vertrokken, maar ze zijn bereid om terug te komen, mocht het weer nodig zijn.’

(fragment uit de onlangs verschenen autobiografie van Roald Billy-Pax)

 

Kasten kunnen te vol raken doordat we te weinig wegdoen en/of voortdurend veel spullen in huis halen. Bovenstaande foto kwam voorbij op Facebook (ik vind dat de fabrikant eigenlijk Buyer had moeten heten).
Uit onderzoek blijkt inderdaad dat vrouwen vaker ongecontroleerd kopen dan mannen. Vrouwen gaan vooral voor kleding, schoenen, sieraden, cosmetica en keukenbenodigdheden. Mannen hebben een voorkeur voor elektronische gadgets, gereedschap, sportmaterialen, autotoebehoren en antiquiteiten. De overeenkomst tussen deze spullen is dat ze te maken hebben met hoe je jezelf presenteert aan anderen.

Een beetje teveel shoppen, of koopverslaafd?

Te veel shoppen kan variëren van een luxeprobleem tot een verslaving of dwang. Mensen die dwangmatig kopen hebben een permanente en ongecontroleerde drang om te kopen, zonder dat ze deze spullen echt nodig hebben.
Herken je het volgende bij jezelf of bij iemand in je omgeving?

• Je denkt bijna voortdurend aan de spullen die je wilt kopen en kunt je niet verzetten tegen de drang om iets te kopen;
• je koopt geregeld spullen die je niet nodig hebt;
• je koopt meer dan je je financieel kunt permitteren;
• je besteedt veel meer tijd aan winkelen dan je wilde, het zorgt voor spanningen of het verstoort je sociaal of beroepsmatig functioneren;
• op het moment dat je iets koopt, voel je grote opwinding, maar die is ook snel weer weg;
• kort nadat je iets hebt gekocht, voel je je schuldig en ben je teleurgesteld over jezelf;
• je verstopt je aankopen voor anderen of liegt erover.

Troostkoper, impulsief of fanatiek

In de literatuur over problematisch koopgedrag worden verschillende types onderscheiden.
Er zijn troostkopers, die zich beter willen voelen door iets te kopen. Ze hechten belang aan de symbolische en emotionele betekenis van hun aankoop.
De impulsieve koper wordt  – op momenten van emotionele disbalans – overvallen door een wens om te kopen. Over de gevolgen van het kopen wordt op dat moment niet nagedacht. Ook zijn er de fanatieke kopers. Zij kopen bewust zoveel mogelijk dezelfde producten waar ze bovenmatig veel interesse in hebben. Zo komen er bijvoorbeeld tien bijna dezelfde mobiele telefoons het huis binnen.
Ten slotte onderscheidt men de ongecontroleerde koper. Deze heeft ook iets van de drie andere types en probeert door het kopen psychische spanningen te verminderen. Het gaat hierbij niet zozeer om het bezitten van de spullen.

Voor wie interesse heeft in meer achtergronden over koopverslaving:
Artikel van Guido Valkeneers en Anouk Huys van de universiteit van Leuven. 

In plaats van antishopping tabletten

De eerste stap naar verandering is het besef dat je problematisch veel koopt. Je kunt in een dagboek bijhouden hoe vaak je het doet en wat de gevaarlijke situaties zijn. Hoe kun je die vermijden?
Ga in het begin zo weinig mogelijk winkelen en hou je aan een strak budget. Zeg creditcards op en houd alleen een realistisch, vooraf bepaald bedrag in je portemonnee. Gebruik boodschappenlijstjes, stop een herinneringsbriefje (met daarop de vraag ‘heb ik dit echt nodig of wil ik het alleen maar hebben?’) in je portemonnee. Neem iemand in vertrouwen die je kunt bellen als je het moeilijk hebt of die je pinpas voor je beheert.
Las bedenktijd in voordat je iets koopt. Meld je af van digitale nieuwsbrieven met aanbiedingen. Ontwikkel andere manieren om met moeilijke emoties om te gaan
en probeer leuke dingen te doen in de tijd die je aan shoppen zou hebben besteed.
Zoek zo nodig begeleiding en behandeling voor je probleem.

 

Bron:  Koopverslaving of oniomanie – J.A.J. Boermans, J.I.M. Egger,
[Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 1, 29-39]

Afscheid van illusies

Een compleet digitaal fruitschaalforum komt in actie als een vrouw ten einde raad haar spullenprobleem voorlegt. De meningen vliegen je als vitamines om de oren, van kort door de bocht via empathisch naar deskundig en gebaseerd op eigen ervaringen. In de vorige les van de Bewaarschool waren de gestudeerde deskundigen aan het woord. Nu is er ruimte voor ervarings- en levensdeskundigen. Deze en andere – al dan niet spontane – vormen van onderlinge ondersteuning zijn naar mijn idee van onschatbare waarde. Laten we daar meer gebruik van maken.

‘Voordat we gingen samenwonen ontdekte ik dat een kamer in zijn appartement helemaal vol dozen met documenten, oude serviezen, prullaria en ander spul stond. We hebben geprobeerd dit samen op te ruimen, maar het lukte hem niet om iets weg te doen. Uiteindelijk hebben we afgesproken dat hij na de verhuizing ‘ruimte in zijn leven’ zou maken voor mij.

Inmiddels zijn we verhuisd, prachtig nieuw appartement, maar het lukt hem maar niet om dingen weg te gooien. Hij probeert het echt, gaat zitten met een doos en pakt wat uit. Vervolgens wordt hij radeloos, paniekachtig, doos weer dicht, snel een luchtje scheppen en voorlopig weer even laten.
Intussen zit ik al maanden tussen de dozen (zestig!) en er komt maar geen einde aan. Dan zie ik opeens weer een hele rij prullaria ‘stiekem’ voor de boeken staan, of een paar opgerolde oude shirts in de kledingkast gepropt. Dan weet ik dat hij geprobeerd heeft op te ruimen…
Ik trek het niet meer!!  Hoe kan ik hiermee omgaan?


@koning

‘Wat vindt hij ervan als je spullen naar de kringloop brengt? Ik herken het gevoel wel dat het zonde is om spullen weg te gooien die nog goed zijn. Ik breng dat soort dingen naar de kringloop.’


@yellowsub

‘Misschien kun je eens contact opnemen met een psycholoog? Meer met het idee dat die je concrete tips kan geven over hoe je zo’n gesprek kunt sturen en welke manier misschien werkt om hem tot weggooien aan te zetten.’


@earring

‘Oh, ik voel zo met hem mee! Ik vind afscheid nemen van spullen ook zo moeilijk, er is altijd een reden waarom ik iets bewaar. Een mooi lintje kan nog gebruikt worden, of een leuk doosje komt altijd weer van pas. Opslag huren kost maar 67 euro per maand.’


@comice

‘Ik denk dat jullie hulp moeten gaan zoeken zodat hij hieraan kan gaan werken. Gewoon even goed opruimen neemt de oorzaak niet weg, er moet echt meer gebeuren.’


@earring, wij hebben geen 67 euro per maand liggen om aan opslag te besteden. @yellowsub, ik wil best mee naar de psycholoog! Misschien moet ik ook wel dingen aanpassen, des te beter! Maar we moeten hier wel wat aan gaan doen.


@krent

‘Als je opslagruimte gaat huren vind ik dat je toegeeft aan zijn verzamelwoede.’

 


@oranje boven

‘Dit lijkt me vreselijk. Ik ben juist van het weggooien als je het niet meer gebruikt (op een aantal dingen met sentimentele waarde na). Zou je relatie het overleven als jij – na een redelijke termijn – zelf de spullen uitzoekt en weggooit? Voor mijn part wanneer hij er niet is. Dat zou mijn manier van handelen zijn. Stoornis of niet.’


@granaat

‘Als je aan het eind van de maand nog geeneens 67 euro overhoudt dan vind ik het heel verstandig van je man om nog bruikbare spullen niet zomaar weg te gooien.’


 

@guaca

‘Zo heb ik ook veel spullen. Vandaag ben ik met pijn in mijn hart begonnen met afscheid nemen. Wat mij wel helpt is dat ik de spullen die waarde hebben of niet kapot zijn bij de kringloop breng. Zo doe ik er een ander hopelijk weer een plezier mee.’


@dragon

‘Container bestellen. Alles wat nu nog in dozen zit heeft-ie blijkbaar niet zo hard nodig!’

 


Bedankt voor alle reacties! Ik heb er echt wat aan.
Het kringloopidee van @koning kan ik nog uitwerken. Ik heb het al eens geopperd, maar het was nog niet echt een strategie.
Ik ga meer info over de stoornis opzoeken en als ik hem vertel wat het inhoudt dan staat hij er denk ik wel open voor.
En @oranje boven en @dragon, ik denk dat het voor ons niet zou werken, hoewel ik dolgraag alles in één keer in de vuilnis zou willen gooien. Hij vertrouwt er echter niet op dat ik goede criteria hanteer en hij wil het echt zelf doen. Als ik het dan stiekem zou doen denk ik dat hij dat als een vertrouwensbreuk zou opvatten. We zouden dan nog beter kunnen gaan latten.

@bessie

‘Wat herkenbaar zeg! Mijn partner heeft dat ook en alles is hier in beginsel in ‘zijn’ kamer gezet. Ik dacht: deur dicht en niet meer aan ergeren. Er zijn ergere dingen in de wereld… Maar toen ons tweede kind kwam moest die kamer leeg. Heel de zwangerschap heb ik aan zijn kop moeten zaniken. Ik dacht echt dat hij de baby tussen de dozen wilde gaan leggen. Uiteindelijk heeft hij wel een paar dingen weggegooid, maar het gros van de dozen is nu verplaatst naar een loze ruimte onder de vloer. Het is echt een stoornis, want hij kan nu nooit bij die spullen. Dus wat heb je er dan aan om ze te bewaren?’


@pitje

‘Hoe netjes opgeruimd ben jij? Zo netjes dat het lijkt op smetvrees? Of wil  je gewoon alle spullen netjes in de kast hebben, geen overvolle woonruimte, etc.? Jammer dat hij het doorschuift naar jou…’


@pitje, ik heb geen smetvrees want met schoonmaken ben ik juist weer vrij relaxed. Wel ben ik heel erg opgeruimd en vind ik het bijvoorbeeld al a-relaxed als de boeken in de boekenkast in dubbele rijen staan of als er in de keuken een heleboel pannen in elkaar gestapeld zijn. Het liefste wil ik overal makkelijk bij kunnen. Daar heb ik wel concessies in gedaan, ik stapel en zet sommige dingen dubbel zodat er meer past, maar ik wil dan niet dat er ook nog paperclipjes en papiertjes tussen gepropt worden.


@bessie

‘Tips heb ik niet. Wel heb ik het idee dat het ‘hielp’ toen hij naar zo’n programma op tv had gekeken, over een man met hetzelfde gedrag. Daar stond echt het hele huis vol. Ultimatums hielpen bij ons niet. Zelfs het ultieme ultimatum van een baby was hier niet genoeg. Sterkte ermee, het is lastig.’


@trio

‘Wat jouw man heeft heb ik ook in lichtere mate. Ik zou echt heel graag opruimen en een leger huis hebben, maar het gaat zeer moeizaam. Het duurt inderdaad eindeloos om een doos leeg te krijgen en het valt me zwaar. Dat klinkt misschien pathetisch, maar ik verbind aan veel dingen emotionele waarde. Dingen weggooien is voor mij dan ook vaak afscheid nemen van illusies (dat ik ooit nog weer in maatje 36 ga passen, dat ik ooit die taal ga leren waar ik boeken in heb, dat ik ga leren breien en daarvoor wol bewaar, etc.) en ook dat is voor mij emotioneel, ik associeer het met falen.

Wat ik ook herken is dat ik in paniek raak als ik onder druk gezet word om dingen weg te gooien, en om tempo te maken met opruimen. Toch heeft mijn vriend me wel geholpen met afscheid nemen van spullen (denk duizend koffiemokken en t-shirts waar ik allemaal herinneringen aan verbond, dat soort werk). Maar dat ging met geduld en lichte druk, niet met zware druk.
Ik weet niet precies wat je hieraan hebt, behalve dat ik het dus herken van je man. Maar het is echt iets psychisch. Een therapeut kan hem absoluut helpen met de onderliggende issues. Waarom denkt hij die spullen nodig te hebben, spelen er thema’s als verlies, houvast of – zoals bij mij – falen?
Maar nogmaals: ik denk dat het belangrijk is dat je gelooft dat je partner die spullen ook echt wel kwijt wil, maar het niet kan. En dat druk zetten niet helpt als hij er van in paniek raakt.’

@(o)pruimen

‘Niet alleen hierom, maar wij zijn gaan latten. Ik hou van schoon en opgeruimd, hij is een rommelkont. Baalt er zelf ook van… zo af en toe gaat hij puinruimen… zegt dan ook dat hij het veel fijner vindt als alles aan kant is, maar zodra hij maar iets laat liggen begint het van voren af aan. Zijn ouders zijn net zo.’


@trio

‘Ik ben ook enigszins erfelijk belast hoor. Mijn grootouders bewaarden ook alles (maar die hebben het excuus dat ze de oorlog hebben meegemaakt). Mijn vader en mijn broer zijn ook zo’n vreselijke verzamelaars. Hun argumenten zijn vaak: ja maar, dit is of wordt ooit een collector’s item, dat wordt veel geld waard. Nou, verkoop het dan, zeg ik dan…
Maar goed, als het moet kunnen ze wel dingen wegdoen, maar het ‘misschien komt het ooit van pas/wordt het geld waard’, dat herken ik.
Ik kan ook lang aanhikken tegen weggooien, maar als ik het rationeel benader (je hebt dit nog nooit gebruikt, die spijkerbroek ga je echt niet meer passen, bovendien is het model totaal uit de mode, etc.) dan kan ik het wel en heb ik verrassend genoeg ook nooit spijt achteraf.’


Er zit inderdaad een familiaire component in, @(0)pruimen, zijn vader was ook zo. Mijn vriend beseft wel dat het een stoornis is en doet bij vlagen zijn best dingen weg te doen. Maar ik merk dat dat toch oprecht heel moeilijk voor hem is. Ook het prullenbakken checken herken ik, haha. Zelfs een dopje van een fles haalt hij er uit ‘want misschien ooit nog nodig’.
En het wrange van het verhaal is: hebben we dan eens iets nodig, een stuk gereedschap of zo, dan moet ik het nieuw kopen omdat de berging zo tjokvol staat dat er niets vindbaar is.


@zure bom

‘Wat heftig joh, sterkte! Ik zou hem wel proberen te stimuleren om op te ruimen maar niet met veel druk, dan jaag je hem tegen je in het harnas. En ik zou al helemaal niet zelf dingen weg gaan gooien. Heeft hij zelf niet het idee dat hij die ruimte beter zou kunnen gebruiken?’


@trio, wat goed, bedankt voor de info! Jou is het dus wel gelukt om samen dingen weg te gooien zonder een therapeut? Ik denk dat mijn vriend ook dingen met falen associeert. Inderdaad talen leren, ik heb vijf verschillende Russische woordenboeken gevonden, om maar eens een taal te noemen. Ik word dan geïrriteerd: één goed woordenboek is toch genoeg?! Maar misschien is het voor hem verbonden aan die hoop om vloeiend Russisch te spreken. En dat het er nu niet inzit betekent niet dat het niet volgend jaar misschien wel zou kunnen, etc., etc. Het is wel goed om inzicht te krijgen in zijn gevoelens. Ik ga ook proberen om dit boven te krijgen in een gesprek. Goed om te horen dat je uiteindelijk zoveel weg hebt kunnen gooien!


@brains

‘Geen tips, wel sterkte …’

 


Inspiratiebron: Vivaforum  (vrijelijk bewerkt door Marian Habets)

Smeken, vleien en dreigen

Voor veel mensen aan wie ik vertel wat ik doe als professional organizer spreekt het tot de verbeelding als het gaat over mensen met verzameldwang, ook wel hoarding genoemd. Ze hebben de tv-programma’s gezien en vinden het onbegrijpelijk hoe iemand het zo ver heeft laten komen. Dat grote opruim- en schoonmaakacties voor het oog van de camera het onderliggende probleem van het verzamelgedrag niet oplossen, is voor iedereen echter duidelijk.

Een muur van onwil

Er zijn ook mensen die persoonlijk iemand kennen met deze problemen: een familielid, een buurvrouw, een vriend. Zij vertellen dan hoe machteloos zij zich vaak voelen of dat zij zelfs afgewezen worden door degene die problematisch verzamelt. Ze leven in angst dat hun familielid of vriend zal omkomen in een brand of onder omgevallen stapels spullen zal worden bedolven. Er is schaamte over de huizen met ongedierte, zonder verwarming of bruikbaar toilet. Verbittering en boosheid kunnen de boventoon gaan voeren als hun hulp voortdurend wordt afgewezen. In wat ooit liefdevolle en zorgzame relaties waren is dan alleen nog maar plaats voor discussies en ruzie, met uiteindelijk verwijdering als gevolg.

Digging Out

Hieronder zal ik een aantal tips beschrijven uit Digging Out – helping your loved one manage clutter, hoarding and compulsive acquiring (Michael A. Tompkins en Tamara L. Hartl). Het Engelstalige boek is geschreven voor mensen die iemand met een hoardingprobleem in hun – nabije – omgeving hebben en die op zoek zijn naar een manier om zinvolle hulp te bieden. Denk daarbij aan het voorkomen of opheffen van onveilige leefsituaties, het comfortabeler maken van de woonruimte en het herstellen van vastgelopen relaties.
Eerst een praktijkvoorbeeld uit het boek:

Gloria en Kate zijn ten einde raad. Hun 78-jarige moeder woont te midden van enorme stapels papier, kamers vol boeken en allerlei afval en puin. Ze heeft schurft en ademhalingsproblemen door het leven tussen vuilnis en stof. Een paar weken geleden is ze over het puin gestruikeld en heeft haar pols gebroken. Ze laat haar dochters niet toe om te komen opruimen en schoonmaken. Deze hebben van alles geprobeerd: smeken, vleien en uiteindelijk zelfs dreigen. Ze hebben hun moeder een mooi appartement voor ouderen aangeboden en haar zelfs uitgenodigd om bij een van hen te komen wonen. Ze wijst echter alle hulp steevast af. Na jaren van ruzie waarin de dochters af en toe stiekem afval door de achterdeur weghaalden, heeft ze hen verboden nog langer in haar huis te komen.

Waarom wordt hulp geweigerd?

Problematisch verzamelaars ontkennen vaak de ernst van de situatie. Ze zien het niet als een probleem dus waarom zou er iets moeten veranderen? Dat wil overigens niet zeggen dat zij geen stress ervaren in hun overvolle huis. Wat echter nog méér stress geeft is de gedachte aan mensen die hun ervan willen weerhouden om nog te verzamelen of die hun huis dreigen leeg te halen. Het idee om bepaalde spullen kwijt te raken is bijna onverdraaglijk. Het verzamelen geeft immers een gevoel van eigenwaarde. Je wilt bijvoorbeeld bekend staan als iemand die over alle mogelijke informatie beschikt en daarom bewaar je elke papiersnipper met informatie erop. Ook kan er in de loop der jaren veel wantrouwen en wrok zijn ontstaan. Familieleden hebben misschien zonder toestemming zakken vol spul uit huis gehaald, met het (onterechte) idee dat het toch niet gemerkt zal worden. Het wordt opgevat als stelen.
Ten slotte is er de angst om ontdekt te worden door instanties die de macht hebben om in te grijpen. De verhuurder wordt daarom het liefst buiten de deur gehouden en noodzakelijke reparaties uitgesteld, met steeds minder wooncomfort tot gevolg.

Schade beperken

Tompkins en Hartl pleiten voor een andere houding, de harm reduction attitude. Dit betekent dat je als betrokken familielid een aantal uitgangspunten hanteert.
Zorg er allereerst voor dat je de situatie niet erger maakt en door je acties alleen maar voor meer afstand zorgt. Bedenk ook dat het niet nodig is om álle verzamelgedrag te stoppen. Zodra het gevaar geweken is kan het voor het moment al voldoende zijn. Betrek de verzamelaar nauw bij eventuele acties. Je kunt iemand niet helpen zonder diens medewerking. Vraag toestemming voordat je advies geeft of spullen aanraakt. Realiseer je dat verandering langzaam gaat en dat motivatie kan fluctueren in de loop van de tijd. Ook kunnen er misschien andere, urgentere problemen zijn die eerst aandacht nodig hebben.
Naast deze uitgangspunten is het ook van belang dat je eventuele pijn uit het verleden los probeert te laten. In het boek worden zes pagina’s besteed aan leren om te vergeven. Denk na over wat je familielid op dit moment gelukkig zou kunnen maken. Laat je leiden door hoe je zou willen dat jullie relatie er uitziet en niet door hoe het huis er uit zou moeten zien.

In het boek wordt verder uitgebreid aandacht besteed aan het inventariseren van de gevaren in huis, het samenstellen van een team en het maken van een plan. Ook de te verwachten hobbels op de weg komen aan de orde.

Michael A. Tompkins is psycholoog en mede-oprichter van het San Francisco Bay Area Centrum voor Cognitieve Therapie en van de Academie voor Cognitieve Therapie. Ook is hij universitair docent aan de Universiteit van Californië in Berkeley in de VS.

Tamara L. Hartl heeft een eigen klinische praktijk in Saratoga in Californië (VS) en werkt als psycholoog binnen de Palo Alto Gezondheidszorg. Zij heeft meegewerkt aan diverse publicaties op het gebied van hoardinggedrag.

Meld je hier aan voor de maandelijkse lessen van de Bewaarschool.

Hieronder de link naar een indringende film van Martin Hampton over hoarding.

Possessed 

Complimenteren kun je leren

Wat was het grootste compliment dat je ooit kreeg en wat deed het met je?
Ken je iemand die op dit moment behoefte aan een compliment zou kunnen hebben? Wist je dat ook je eigen humeur verbetert door iemand een compliment te geven?
Door de waarderende woorden van anderen beseffen we dat we erbij horen en dat we ertoe doen. Onze behoefte aan erkenning zit diepgeworteld.
Hoe kunnen we beter leren complimenteren?

Complimentendag

Ieder jaar op 1 maart is het Nationale Complimentendag. Een dag die in het teken staat van het geven van oprechte aandacht en het uitspreken van persoonlijke waardering. Deze dag is absoluut niet bedoeld voor de commercie, zoals Valentijnsdag of Moederdag. Daarom mogen er in het kader van de Nationale Complimentendag geen bijpassende producten of diensten worden aangeboden of gekocht. Dus geen cadeau geven als teken van waardering maar gewoon aan iemand vertellen wat je in hem of haar waardeert.
Hans Poortvliet, een van de initiatiefnemers van de Complimentendag schreef ook Het Groot Complimentenboek, samen met Frank van Marwijk.

Waarom complimenten?

De behoefte aan waardering – want daar draait het bij een compliment om – doordrenkt ons hele leven. Als kind heb je positieve aandacht van je ouders nodig. Door te ervaren dat zij en anderen blij zijn dat jij er bent en dat er waardering is voor jouw ideeën en bezigheden, wordt de basis gelegd voor persoonlijke groei en leer je diep contact maken met anderen. Goed voor het zelfvertrouwen.
Als persoon gezien en geaccepteerd worden en waardering krijgen voor wat we doen draagt ook op latere leeftijd positief bij aan onze motivatie en aan ons zelfbeeld.

Moeilijk?

Complimenten leveren veel op en kosten niets. Reden dus om er vrijgevig mee te zijn en ze met veel plezier uit te delen aan degenen die ze verdienen. Zelf ga je je er ook beter van voelen doordat je de ander met je compliment een goed gevoel geeft.
In de praktijk komt er echter minder terecht van het complimenteren. In plaats van geprezen, worden kinderen eerder berispt, vertellen liefdespartners of vrienden elkaar te weinig wat ze aan elkaar waarderen. Op het werk is gebrek aan waardering een van de belangrijkste redenen waarom werknemers ontslag nemen of mensen stoppen met hun vrijwilligerswerk.
Hoe komt dat?
Men kan zich onzeker voelen bij het geven van een compliment. In welke situaties is het gepast? Waarom, aan wie en hoe doe je het? Kan het soms verkeerd worden opgevat? Moet je voor vanzelfsprekende dingen wel een compliment geven? Is het niet overdreven of slijmerig? Aan de andere kant vinden mensen het ontvangen van een compliment vaak ook lastig, het wordt dan achteloos weggewuifd. Niet leuk voor de gever.

Hoe doe je het?

Het geven van een compliment is vanzelfsprekend als iemand een bijzondere prestatie heeft geleverd. Als het echter om minder opvallende dingen gaat, laten we een compliment vaak achterwege. Dagelijkse inspanningen verdienen het echter ook om erkend te worden.
Er is geen recept voor een goed compliment. De volgende tips kunnen je wel op weg helpen:
Zorg dat je compliment als waardevol en geloofwaardig wordt ervaren: prijs datgene wat zowel jij als de ander belangrijk vindt. Neem de tijd ervoor, roep dus niet even iets positiefs in het voorbijgaan op de gang.
Druk je waardering in positieve woorden uit: waardeer wat iemand doet in plaats van wat hij nalaat. Vraag hoe hij dit goede resultaat heeft behaald.
Ook non-verbaal kun je waardering uitdrukken. Bekend zijn de opgestoken duim en het schouderklopje. Minder bekend is het omhoog bewegen van je open handpalm om het goede gevoel bij een compliment te versterken. Een glimlach wordt ook aanbevolen.
Maak een compliment persoonlijk door de persoon bij zijn naam te noemen als je het uitspreekt. Zeg concreet waar het over gaat en zeg er ook bij waarom je het compliment geeft. Praat op een manier die zowel bij jou als bij de ander past. Overdrijf niet.

Tot slot een paar voorbeelden van foute complimenten:

‘Jouw huis is altijd zo netjes. Dat lukt mij niet als werkende vrouw’.

‘Lekker, zo’n zelfgebakken cake.  Jammer dat je die nooit heel uit de vorm krijgt’.

‘Goed dat we ondanks jouw vertraging toch op tijd konden beginnen’.

Bron: Het Groot Complimentenboek – Frank van Marwijk en Hans Poortvliet

Meld je hier aan voor de maandelijkse lessen van de Bewaarschool.

Gevonden op Pinterest