Apodemus en ik

Apodemus de opportunist

Eerst onkruid wieden en bemesten. Dan mag er gezaaid worden, meestal in strakke rijtjes. Ieder voorjaar en iedere zomer vraagt de moestuin weer mijn tijd en aandacht. Na het zaaien volgt het wachten – soms heel lang – totdat de eerste beginnetjes van groenteplantjes zich laten zien. De metamorfose van minuscuul zaadje naar volgroeide plant blijft voor mij een wonderbaarlijk proces.
Behalve onkruid zijn er dit jaar echter ook andere ongewenste gasten in de moestuin. Niet groen, maar met pootjes, een staart en tandjes: de bosmuis. Wikipedia omschrijft hem als ‘een opportunist met een gevarieerd dieet’.
In mijn moestuin laat hij zijn dieet vooral bepalen door wat ik zaai of plant. Hij is vooral dol op bonen, het maakt niet uit welke soort. Zodra hij de kans krijgt graaft hij de net gezaaide bonen uit de grond. Binnenshuis gekweekte bonenplanten die ik daarna buiten in de volle grond zet zijn evenmin veilig. Na het muizenbezoek rest nog slechts een treurig rijtje korte stompjes. Het lijkt erop dat ik dit jaar geen zelfgekweekte peulen, tuinbonen en sperziebonen zal hebben.

Deze Apodemus sylvaticus en zijn soortgenoten moeten uiteraard eten en zich voortplanten, ze zijn een belangrijke schakel in de voedselketen. Hoe gaan ze eigenlijk te werk als ze honger hebben? Is het een puur instinctief gebeuren?
Ik besluit om een aantal executieve functies van onze Apodemus eens te bestuderen. In de mensenwereld zijn executieve functies de vaardigheden die ons moeten helpen om de taken van het dagelijkse leven uit te voeren. Bijvoorbeeld het beginnen met een taak, het volhouden van de aandacht of het omgaan met veranderingen of met stress.

Marshmallows

De executieve functie reactie-inhibitie (het vermogen om na te denken voor je iets doet) is niet zijn sterkste kant. Apodemus jaagt namelijk uitsluitend kortetermijndoelen na: ‘Honger!! Ik eet die paar miezerige boontjes op’. Als hij eerst zou nadenken (‘ik kan wel honderd bonen krijgen als ik afwacht’) zou hem dat veel méér opleveren.
Je kent misschien de marshmallowtest. In een experiment van de Stanford University eind zestiger jaren werd 4-jarige kinderen gevraagd om te wachten met het opeten van een marshmallow. Als dat lukte zouden ze er na een kwartier nóg een krijgen. De kinderen die konden wachten bleken later in hun leven succesvoller te zijn: je impulsen kunnen controleren blijkt zinvol. Nieuw onderzoek uit 2013 van de Rochester University laat echter nog iets anders zien. Het blijkt dat kinderen beter in staat waren om te wachten naarmate ze de persoon die hen iets beloofde als betrouwbaarder inschatten. De onderzoekers vonden daarmee een alternatieve verklaring voor de bevindingen in de marshmallowtest: succesvolle mensen zijn meestal opgegroeid in een omgeving die te vertrouwen is.
Apodemus zou de marshmallow in ieder geval meteen verslonden hebben. Om te overleven in een omgeving waar je nergens op kunt vertrouwen, is dat ook de meest succesvolle actie.

Apodemus begint gewoon

Planning/prioritering is het vermogen om een routeplan te maken om een doel te bereiken, om hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Apodemus doet daar niet moeilijk over: zijn routeplan bestaat uit het volgen van de bonengeur. De hoofdzaak is eten, een bijzaak is er niet.
Als je goed gedijt in stressvolle situaties heb je een sterke stresstolerantie. Je kunt dan goed omgaan met onzekerheid en verandering. Apodemus is onverschrokken, zolang er geen mens in de buurt is. Omgaan met verandering is geen probleem: ook andere lekkere planten eet hij met gemak. Mensen die zwak zijn in stresstolerantie willen meestal graag van tevoren weten wat er gaat gebeuren en doen liefst dingen waar ze al veel ervaring mee hebben.
Bij taakinitiatie gaat het erom of je zonder dralen aan een taak kunt beginnen. Geen enkel probleem, Apodemus gaat meteen aan de slag (eten) zodra de gelegenheid zich voordoet. Toegegeven: de taak is niet saai of moeilijk. En er is direct een heerlijke beloning. Wie zwak is in taakinitiatie blijft hangen in het denken en komt niet tot actie. Uitstelgedrag kennen we helaas allemaal in meer of mindere mate.
De executieve functie volgehouden aandacht is bij Apodemus niet nodig: alles is in een oogwenk op. Zou Apodemus een plan B (flexibiliteit: de vaardigheid om plannen zo nodig te herzienhebben gehad als ik geen bonen in de grond had gestopt? Waarschijnlijk was hij naar een andere moestuin gegaan of eikeltjes in het bos gaan zoeken.
Vanochtend trof ik in mijn keuken een bijzondere vorm van flexibiliteit aan: muis verorbert mieren in lokdoos.

Muizenlokdoos?

Ik versus Apodemus

En ik? Hoe kan ik mijn executieve functies inzetten om toch zelfgekweekte bonen te kunnen eten?
Ik worstel met mijn respons-inhibitie. Het liefst zou ik de hele tuin vol muizenvallen zetten. Weg met die veelvraten! Als ik verder denk zie ik dat dat zinloos en tegennatuurlijk is. Ik kan beter na gaan denken over een manier om mijn planten het volgend jaar beter te beschermen. Daarvoor heb ik doelgericht gedrag nodig: een haalbaar doel formuleren, daar structureel naartoe werken en me niet laten afleiden door tegenslagen. Door planning en prioritering kan ik in een handige volgorde stappen uitzetten om naar mijn doel toe te werken.
Omgaan met mijn teleurstelling doet een beroep op mijn emotieregulatiestresstolerantie en flexibiliteit. Kan ik mijn emoties in de hand houden (moordlust bedwingen) en constructief met de situatie omgaan? Kan ik omgaan met onzekerheid en verandering of met de eisen die de nieuwe situatie aan mij stelt? Kan ik me bijvoorbeeld neerleggen bij de conclusie dat bonen kweken aan de bosrand niet zomaar mogelijk is?
Hoe beter je executieve functies werken, hoe beter je in staat bent om de taken in je dagelijkse leven uit te voeren en om plannen te ontwikkelen om de doelen in je leven te verwezenlijken.

Meer lezen over executieve functies? In de komende lessen zal de Bewaarschool enkele executieve functies nader uitdiepen. Daarbij zullen we ook gaan kijken hoe je deze executieve functies kunt gebruiken of versterken.

Boeken:
– Slim maar…     Peg Dawson & Richard Guare  (2016)
Eat that frog    Brian Tracey (2017)