In uw winkelmandje

‘Ik snakte naar adem. Met stof in al je hoeken kun je je dat wel voorstellen. Ze bleven me ook maar volproppen met spullen. Mijn deur kon niet meer dicht, ik kraakte in mijn voegen en mijn poten stonden scheef. Privacy? Een illusie: mijn sleutel was al jaren kwijt. Met doorgezakte planken – ik ben niet meer de jongste, en dan zo’n gewicht moeten torsen valt niet mee – en met een schimmelkolonie op mijn achterwand voelde ik me ernstig verwaarloosd.
Als iemand op een van mijn planken tevergeefs iets probeerde te vinden werd er stevig bij gevloekt en getierd.
Lang geleden kreeg ik nog wel eens een schoonmaakbeurt met een sopje, en dan voelde ik me weer lekker fris. Ze maakten me dan helemaal leeg, heerlijk. Een deel van de spullen kwam daarna weer terug, de rest gooiden ze waarschijnlijk weg.
Ik voelde me gewaardeerd.
In de periodes dat ik te vol zat duwde ik soms stiekem een paar dingen naar buiten. Maar daar schoot ik niet veel mee op, een schop tegen mijn deur kon ik krijgen.

Omdat ze me leken te zijn vergeten heb ik het heft in eigen hand moeten nemen.
Ik nodigde een familie muizen uit om bij me te komen logeren. Ze mochten naar hartenlust knagen aan mijn inventaris, hun muizenkeutels waren meer dan welkom.
Toen de ravage na een paar maanden aan het licht kwam konden ze er niet meer omheen: ik moest worden uitgemest. Wat een opluchting! Dat ik daar niet eerder op was gekomen. Ik hoorde hen zeggen dat ze mij niet meer zo vol wilden laten worden en mij vaker zouden gaan schoonmaken.
Ik heb nu weer de ruimte en voel me stukken beter. De muizen zijn vertrokken, maar ze zijn bereid om terug te komen, mocht het weer nodig zijn.’

(fragment uit de onlangs verschenen autobiografie van Roald Billy-Pax)

 

Kasten kunnen te vol raken doordat we te weinig wegdoen en/of voortdurend veel spullen in huis halen. Bovenstaande foto kwam voorbij op Facebook (ik vind dat de fabrikant eigenlijk Buyer had moeten heten).
Uit onderzoek blijkt inderdaad dat vrouwen vaker ongecontroleerd kopen dan mannen. Vrouwen gaan vooral voor kleding, schoenen, sieraden, cosmetica en keukenbenodigdheden. Mannen hebben een voorkeur voor elektronische gadgets, gereedschap, sportmaterialen, autotoebehoren en antiquiteiten. De overeenkomst tussen deze spullen is dat ze te maken hebben met hoe je jezelf presenteert aan anderen.

Een beetje teveel shoppen, of koopverslaafd?

Te veel shoppen kan variëren van een luxeprobleem tot een verslaving of dwang. Mensen die dwangmatig kopen hebben een permanente en ongecontroleerde drang om te kopen, zonder dat ze deze spullen echt nodig hebben.
Herken je het volgende bij jezelf of bij iemand in je omgeving?

• Je denkt bijna voortdurend aan de spullen die je wilt kopen en kunt je niet verzetten tegen de drang om iets te kopen;
• je koopt geregeld spullen die je niet nodig hebt;
• je koopt meer dan je je financieel kunt permitteren;
• je besteedt veel meer tijd aan winkelen dan je wilde, het zorgt voor spanningen of het verstoort je sociaal of beroepsmatig functioneren;
• op het moment dat je iets koopt, voel je grote opwinding, maar die is ook snel weer weg;
• kort nadat je iets hebt gekocht, voel je je schuldig en ben je teleurgesteld over jezelf;
• je verstopt je aankopen voor anderen of liegt erover.

Troostkoper, impulsief of fanatiek

In de literatuur over problematisch koopgedrag worden verschillende types onderscheiden.
Er zijn troostkopers, die zich beter willen voelen door iets te kopen. Ze hechten belang aan de symbolische en emotionele betekenis van hun aankoop.
De impulsieve koper wordt  – op momenten van emotionele disbalans – overvallen door een wens om te kopen. Over de gevolgen van het kopen wordt op dat moment niet nagedacht. Ook zijn er de fanatieke kopers. Zij kopen bewust zoveel mogelijk dezelfde producten waar ze bovenmatig veel interesse in hebben. Zo komen er bijvoorbeeld tien bijna dezelfde mobiele telefoons het huis binnen.
Ten slotte onderscheidt men de ongecontroleerde koper. Deze heeft ook iets van de drie andere types en probeert door het kopen psychische spanningen te verminderen. Het gaat hierbij niet zozeer om het bezitten van de spullen.

Voor wie interesse heeft in meer achtergronden over koopverslaving:
Artikel van Guido Valkeneers en Anouk Huys van de universiteit van Leuven. 

In plaats van antishopping tabletten

De eerste stap naar verandering is het besef dat je problematisch veel koopt. Je kunt in een dagboek bijhouden hoe vaak je het doet en wat de gevaarlijke situaties zijn. Hoe kun je die vermijden?
Ga in het begin zo weinig mogelijk winkelen en hou je aan een strak budget. Zeg creditcards op en houd alleen een realistisch, vooraf bepaald bedrag in je portemonnee. Gebruik boodschappenlijstjes, stop een herinneringsbriefje (met daarop de vraag ‘heb ik dit echt nodig of wil ik het alleen maar hebben?’) in je portemonnee. Neem iemand in vertrouwen die je kunt bellen als je het moeilijk hebt of die je pinpas voor je beheert.
Las bedenktijd in voordat je iets koopt. Meld je af van digitale nieuwsbrieven met aanbiedingen. Ontwikkel andere manieren om met moeilijke emoties om te gaan
en probeer leuke dingen te doen in de tijd die je aan shoppen zou hebben besteed.
Zoek zo nodig begeleiding en behandeling voor je probleem.

 

Bron:  Koopverslaving of oniomanie – J.A.J. Boermans, J.I.M. Egger,
[Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 1, 29-39]