Probleemgevallen in de tuin

In mijn tuin ontstaat altijd weer een rommelige hoek. Als hij me te veel begint te storen ruim ik hem op, maar binnen een paar maanden ontspringt hij ongemerkt opnieuw, op dezelfde plek of ergens anders. Momenteel is hij ook weer opgedoken en om ervan te leren ga ik het probleem hier eens onder de loep nemen. Misschien helpt dat om er voor langere tijd mee af te rekenen.

Wat is er aan rommel?

Twee zakken tuinaarde, anderhalve zak potgrond, een kromgetrokken tuintafelblad overwoekerd door klimop, een stapeltje bakstenen, een emmer met tien nog te planten vuurdoorns, een containertje met brandnetel- en een met smeerwortelgier, het gietijzeren onderstel van een tuinbank, een paar lege bloempotten en twee zinken lantaarntjes. Deze hoek van de tuin is bestraat met klinkertjes, een kwart cirkel. Er heerst daar bijna altijd schaduw en tussen de bemoste stenen hebben de zaden van vingerhoedskruid en reuzenberenklauw een goede voedingsbodem gevonden. En er is klimop.

Wat was oorspronkelijk de functie?

Het is een stukje niemandsland geworden sinds ik het tuinbankje uit elkaar heb gehaald om de latten opnieuw te schilderen. Toen het bankje er nog stond kon ik daar lekker zitten om de tuin eens van een andere kant te bekijken. Of om de krant te lezen, met een kop koffie erbij. Soms stookte ik ’s avonds vuurtje in de vuurschaal en als de rest van de tuin in de felle zon lag was het een aangename schaduwplek.

De achtergrondverhalen

Het is inmiddels twee jaar geleden dat ik het bankje heb gesloopt. Van de helft van de latten heb ik de verf inmiddels afgeschraapt waarna ik besloot dat ik ze niet ga schilderen maar met olie ga behandelen. Dat project is niet voorbij het denkstadium gekomen. De zakken grond zijn uiteraard bedoeld voor het verpotten van planten en het voeden van mijn tuingrond. Dat voeden had ik eigenlijk in het voorjaar moeten doen. Is het nog zinvol nu het al bijna september is? Het kromme tuintafelblad kan ik misschien nog ergens voor gebruiken. Ik heb alleen nog niet bedacht waarvoor. Misschien om de rommel achter te verbergen? De verschillende gieren heb ik zelf gemaakt volgens een oud recept. Deze voedende brouwsels kan ik toevoegen aan het gietwater voor de planten. Het een is voor de plantgroei, het ander voor de bloemvorming. Na een paar weken dagelijks roeren ging het vreselijk stinken, wat ook de bedoeling was. Gelukkig zitten er deksels op de containers. Ik heb de bladeren er uiteindelijk te lang in laten zitten en durf de nu beschimmelde vloeistof eigenlijk niet meer te gebruiken. Weggooien vind ik echter zonde van de tijd die ik erin heb gestopt. De vuurdoorns waren een impulsaankoop, ik ben daarna van gedachten veranderd over de bestemming. In afwachting van een beter idee kwijnen ze nu langzaam weg met z’n tienen in een pot. De bakstenen wil ik gaan gebruiken voor een rand langs de border. De lantaarns heb ik al heel lang, ik vind ze mooi sprookjesachtig. De venstertjes laten echter nauwelijks nog licht door.

Uitstellen

Nu ik er vanonder mijn organizerpet over nadenk zijn het stuk voor stuk probleemgevallen waarvan ik het oplossen om allerlei redenen heb uitgesteld. Ik moest over al die dingen beslissingen nemen en die vond ik op dat moment te lastig. Door af te wachten hoopte ik op spontane oplossingen (ja, soms lossen problemen zich vanzelf op). Maar ik had er wel al tijd in gestopt, waardoor ik er niet toe kon komen om ze als mislukt te beschouwen en het ‘halffabrikaat’ weg te doen. Elk verhaal kon in theorie nog steeds goed aflopen. Als ik maar in actie zou komen.
Uitstelgedrag is ook mij niet vreemd. Uit alle tips en adviezen die over uitstelgedrag zijn te vinden heb ik er drie uitgezocht om op mezelf los te laten.

In stukken hakken

Ik ga de taak (de rommelhoek in de tuin blijvend opruimen) in stukjes hakken en die apart uitvoeren. Ik maak elke subtaak klein genoeg om hem in een half uur te kunnen doen.
De subtaken worden dus onder andere:
– de ‘giftige’ gieren verdunnen met water (een op tien) en ze in het bos uitgieten. Daar kan het vast geen kwaad. Lege containers in de schuur zetten;
– lantaarntjes schoonmaken, nieuwe waxinelichtjes erin doen en op de tuintafel zetten;
– alle zakken tuinaarde uitstrooien in de borders daar waar het schraal is;
– potgrond in de schuur in de hoek zetten en daarna steeds eruit halen wat ik nodig heb;
– losse stenen toevoegen aan de grotere stapel achter de schuur. In het voorjaar verder kijken hoe ik ze ga gebruiken (ja, weer uitstellen, ik weet het …);
– onkruid tussen de voegen van de bestrating uithalen en klimop snoeien(2x een half uur);
– krom tafelblad uit elkaar halen, de latten doormidden breken en in de vuurschaal doen. Het metaal bij het oud ijzer zetten;
– last but not least: aanbod van vriendin aannemen om me te helpen met de tuinbank. Middag of ochtend daarvoor plannen en er gezellig samen aan werken.

Goed genoeg is ook prima

Ik accepteer dat sommige dingen anders zijn gelopen dan ik voor ogen had gehad. Dat maakt me nog geen slechte huis- of tuinvrouw. Ik hoef niet alles tot een perfect einde te brengen. Hoe het in de boekjes hoort te gaan blijkt, zeker in een tuin, niet vanzelfsprekend te lukken. Ik kan er van leren als iets niet of half lukt. Het maken van de gier bijvoorbeeld vond ik leuk, het deed me denken aan hoe we als kind heksensoepjes maakten van alles wat we tegenkwamen in de tuin. Die hekserige ervaring is al genoeg. Het volgend jaar ga ik weer iedere dag roeren en schrijf dan wel in mijn agenda wanneer het goedje klaar is en ik het ga gebruiken.

Worst voorhouden

Die worst, oftewel beloning, bestaat uit het visioen dat ik heb van mezelf op het bankje in de voormalige rommelhoek. Het komende najaar zit ik daar lekker warm bij de vuurschaal, met koffie en krant, uitkijkend op de tuin in herfstkleuren die er van daaruit gezien best mooi bij ligt.

Meld je hier aan voor de maandelijkse lessen van de Bewaarschool.

lantaarntje         lantaarntje